Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Gemeente
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 4 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:2170
Ontslag op staande voet wegens het in bezit hebben van verboden wapens en het afvuren van een vuurwapen houdt stand. Wel toekenning transitievergoeding. Persoonlijke omstandigheden.

Feiten

Werknemer heeft vanaf juli 2011 als zzp’er voor de gemeente gewerkt en heeft op 1 januari 2017 een vaste aanstelling bij haar gekregen. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Gemeenten van toepassing. Voorts is een gedragscode van toepassing. Werknemer heeft tijdens zijn dienstverband steeds goed gefunctioneerd. Werknemer ervaart in de privésfeer sinds jaren ernstige overlast, veroorzaakt door zijn buren. In verband daarmee zijn diverse bestuursrechtelijke procedures gevoerd. Werknemer was in het bezit van een luchtbuks die hij in een plotselinge opwelling heeft gebruikt door op het rolluik van de woning van zijn buren te schieten. Op 16 september 2025 is werknemer aangehouden en voor verhoor naar het politiebureau in Gouda gebracht. Tevens heeft er een huiszoeking plaatsgevonden. Werknemer heeft de gemeente geïnformeerd over wat er was gebeurd. Op 23 september 2025 heeft de gemeentesecretaris werknemer op staande voet ontslagen wegens (i) het (zonder geldige reden) afvuren van een (vuur)wapen, (ii) het in bezit hebben van verboden wapens, (iii) het afleggen van een aanvankelijk onjuiste verklaring tegenover de politie, (iv) het aanzetten van zijn echtgenote, tevens in dienst van de gemeente, tot het doen van een valse ziekmelding en het opzettelijk verstrekken van onjuiste informatie aan de werkgever en (v) schending van de gedragscode. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en verzoekt de gemeente te veroordelen tot betaling van diverse vergoedingen. De gemeente verzoekt voorwaardelijke ontbinding en verzoekt werknemer alsnog te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat een ambtenaar op grond van de Ambtenarenwet is gehouden de bij of krachtens de wet op hem rustende en uit zijn functie voortvloeiende verplichtingen te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Het niet naleven van dit voorschrift geldt op grond van de Ambtenarenwet voor de toepassing van het Burgerlijk Wetboek als een tekortkoming in het nakomen van de plichten die de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt. Van de ambtenaar wordt integer handelen verlangd, waarvoor hij bij zijn indiensttreding de eed of belofte moet afleggen. Het integer handelen mag niet alleen van de ambtenaar worden verwacht in de uitoefening van zijn functie, maar ook in privétijd, in het bijzonder indien het niet integer handelen in privétijd gevolgen heeft of kan hebben voor het functioneren tijdens werktijd of indien - zoals in de gedragscode 2020 is vastgelegd - dit het aanzien of imago van de gemeente kan schaden. Niet in discussie is dat werknemer niet integer heeft gehandeld door op 15 september 2025 met een luchtbuks te schieten op de woning van zijn buren en door verboden wapens in huis te hebben. Dat hij heeft geschoten in een vlaag van verstandsverbijstering, is niet aannemelijk. Dat werknemer, na het lossen van het schot, daar dadelijk spijt van heeft gekregen, is wel aannemelijk. Werknemer heeft, door het schot te lossen, wel het risico genomen dat zich achter het rolluik personen bevonden die als gevolg van het schot verwond hadden kunnen raken. De aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten leveren naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op. Op grond van de persoonlijke omstandigheden van werknemer kent de kantonrechter wel een transitievergoeding toe.