Naar boven ↑

Rechtspraak

partijen: werknemer/CITT B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 16 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:1362
Verstekvonnis: werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon.

Feiten

Werknemer is van 14 april 2025 tot en met 13 december 2025 bij CITT B.V. in dienst geweest. CITT B.V. heeft het salaris over de periode juni 2025 tot en met 13 december 2025 niet betaald. Werknemer vordert daarom betaling van € 19.812,08 bruto aan achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke verhoging, rente, afgifte van loonstroken op straffe van een dwangsom en proceskosten. CITT B.V. verschijnt niet in de procedure.

Oordeel

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal wordt toegewezen. Wel wordt aanleiding gezien de gevorderde dwangsommen voor afgifte van de loonstroken te matigen tot € 25 per dag, met een maximum van € 2.500. De proceskosten komen voor rekening van CITT omdat zij ongelijk krijgt.