Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 5 februari 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:975
Barmedewerkster die drankjes niet aansloeg op de kassa en zich geld toe-eigende via de fooienpot is rechtsgeldig op staande voet ontslagen.

Feiten

Werkneemster was bij werkgeefster in dienst als barmedewerkster. Op 5 november 2025 is zij op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van 13 november 2025 is vermeld dat de dringende reden eruit bestaat dat werkneemster diefstal/verduistering heeft gepleegd door bij de verkoop van duurdere producten structureel een lager geprijsd artikel op de kassa aan te slaan en het prijsverschil aan de fooienpot toe te voegen, waarna werkneemster (uiteindelijk) de inhoud van de fooienpot in haar eigen broekzak heeft gestopt. Dit baseert werkgeefster op een uitgevoerde controle waarin werkneemster te weinig cappuccino’s en latte’s op de kassa aansloeg én op camerabeelden. In onderhavige procedure verzoekt werkneemster om toekenning van een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft drie bewijsmiddelen aangedragen waaruit zou blijken dat werkneemster de cappuccino’s niet heeft aangeslagen en daarmee heeft gestolen van werkgeefster. Dit zijn (1) het kassa-overzicht waaruit blijkt dat er op 2 november 2025 tussen 20:40 uur en 3 november 2025 13:58 uur geen cappuccino’s en latte’s op de kassa zijn aangeslagen, (2) een verklaring van een mevrouw waarin staat dat zij op de avond van 2 november 2025 ongeveer zeven mensen met dergelijke drankjes heeft gezien, en (3) camerabeelden. Hoewel op deze camerabeelden volgens de kantonrechter niet (goed) te zien is dat werkneemster geen cappuccino’s heeft aangeslagen, is wel op de camerabeelden te zien dat werkneemster onterecht geld uit de kassa van werkgeefster in haar fooienpot heeft gedaan en dit geld heeft meegenomen. In combinatie met de verklaring en de kassaoverzichten, is de kantonrechter van oordeel dat werkgeefster voldoende bewijs heeft geleverd dat werkneemster inderdaad geld van haar heeft verduisterd. Dit levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. De conclusie is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend. De verzochte billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging worden afgewezen. Ook de verzochte transitievergoeding wordt afgewezen, omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van het handelen of nalaten van werkneemster dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Het tegenverzoek van werkgeefster om werkneemster te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wordt, als onvoldoende gesteld, tot slot ook afgewezen.