Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 6 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:881
Feiten
Werkneemster werkte sinds 1 oktober 2024 bij Eterij-Tapperij Rover B.V. (hierna: Rover) als vakkracht/bedrijfsleider. Zij is op 23 juli 2025 op staande voet ontslagen. Werkneemster legt zich bij het ontslag neer. Zij is vanaf 13 december 2022 onder bewind gesteld, met benoeming van Wellens-Goedhart Bewindvoering B.V. te Zevenbergen tot haar bewindvoerder. Dit betekent dat het beheer over de onder bewind staande goederen niet toekomt aan werkneemster, maar aan de bewindvoerder en dat de bewindvoerder werkneemster vertegenwoordigt in en buiten rechte. Dat geldt ook in deze zaak, omdat de rechten van werkneemster die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst zijn aan te merken als goederen in de zin van artikel 1:431 BW. Het verzoekschrift had daarom moeten worden ingediend door de bewindvoerder namens werkneemster. Omdat dat niet is gebeurd, is werkneemster op dit moment niet-ontvankelijk in haar verzoek. Op 29 januari 2026 is van de gemachtigde van werkneemster een mail ontvangen met als bijlage een verklaring van de bewindvoerder van 23 januari 2026 inhoudende dat hij instemt met deze procedure. Werkneemster verzoekt een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding. Rover voert aan dat werkneemster niet-ontvankelijk is in haar verzoek, omdat zij onder bewind staat. Volgens Rover volgt uit het uitblijven van een reactie van de bewindvoerder op de ontslagbrief dat de bewindvoerder zich bewust van instemming met deze procedure heeft onthouden. De gemachtigde van Rover verzoekt de na de zitting ingediende mail met verklaring van de bewindvoerder buiten beschouwing te laten, omdat het indienen daarvan volgens hem in strijd is met de goede procesorde.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat werkneemster het gebrek mag herstellen door instemming van de bewindvoerder. Het enkel ontbreken van een reactie of schriftelijke instemming brengt niet zonder meer mee dat de bewindvoerder tegen deze procedure is. Werkneemster moet de gelegenheid krijgen om het gebrek te herstellen door het inbrengen van bewijs waaruit blijkt dat de bewindvoerder (alsnog) instemt met het voeren van deze procedure. Voor de vervaltermijn van twee maanden wordt daarom de datum van indiening van het verzoekschrift aangehouden. Rover wordt hierdoor niet in haar belangen geschaad. De reden dat werkneemster niet zelf als procespartij mag optreden is om haar goederen te beschermen, niet (ook) om haar wederpartij te beschermen. Verder dient de positie van de rechthebbende niet meer te worden beperkt dan strikt noodzakelijk voor het bereiken van de beoogde bescherming. Het bieden van de mogelijkheid tot herstel is in lijn met de bedoeling van de wettelijke beschermingsregels. Hoewel het indienen van stukken na sluiting van de zitting in beginsel niet is toegestaan, wordt de verklaring van de bewindvoerder niet buiten beschouwing gelaten. Praktisch gezien en om onnodige vertraging in de procesgang te voorkomen, wordt op basis van de inhoud daarvan vastgesteld dat de bewindvoerder alsnog heeft ingestemd met deze procedure. Gelet op het voorgaande wordt toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift. Daarvoor zal een nieuwe zitting worden gepland, waarbij partijen wordt verzocht hun verhinderdata door te geven.
