Naar boven ↑

Rechtspraak

BALLAST NEDAM INFRA B.V./werknemer
Rechtbank Limburg, 8 januari 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:124
Ontbinding op g-grond ondanks opzegverbod tijdens ziekte, omdat beƫindiging in belang werknemer is.

Feiten

Werknemer (geboren 1961) is op 10 oktober 2005 in dienst getreden bij Ballast Nedam Infra B.V. (hierna: Ballast Nedam) als elektromonteur. In september 2024 neemt een collega ontslag en noemt daarbij “pestgedrag op de werkvloer” en verwijst naar verhalen die (onder meer) werknemer over hem/zijn familie zou hebben verteld. Ballast Nedam spreekt het team daarop in een werkoverleg aan op grensoverschrijdend gedrag. Op 14 maart 2025 volgt het jaargesprek waarin werknemer op het onderdeel samenwerken/communicatie als onvoldoende wordt beoordeeld. Op 21 maart 2025 confronteert Ballast Nedam werknemer per brief met vermeend pestgedrag tegen de vertrokken collega en het doorvertellen van vertrouwelijke informatie, en legt zij een verbetertraject op met gedragsdoelen en tweewekelijkse evaluaties. Werknemer ondertekent het traject niet, ontkent het pestgedrag en betwist de verwijten. In april 2025 vinden voortgangsgesprekken plaats. Werknemer meldt zich op 1 mei 2025 ziek. De bedrijfsarts rapporteert beperkingen en adviseert gesprekken en zo nodig begeleiding om arbeidsrelationele problemen op te lossen. Werknemer hervat vanaf juni 2025 gedeeltelijk zijn werk. In juli 2025 bericht Ballast Nedam werknemer dat zwaar fysiek werk onderdeel is van zijn functie, dat aangepast werk niet voorhanden is, en zet in op opties: voortzetting re-integratie (mogelijk spoor 2) óf uitdiensttreding via een VSO (eventueel in combinatie met een zwaarwerkregeling). Werknemer gaat niet akkoord en wil hervatten in eigen werk. In augustus 2025 is er nog een incidentmelding over rijgedrag met de bedrijfsbus; werknemer ontkent. De bedrijfsarts adviseert vervolgens mediation; werknemer wordt tijdens mediation vrijgesteld van werk. De mediation mislukt. Ballast Nedam verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Werknemer verweert zich met een beroep op het opzegverbod tijdens ziekte.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Ontbinding

De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord is: partijen verschillen fundamenteel van mening over gebeurtenissen, vertrouwen ontbreekt en mediation heeft niet geholpen. Herplaatsing ligt niet in de rede; de g-grond is voldragen. Omdat werknemer ziek is, geldt in beginsel het opzegverbod. De kantonrechter oordeelt echter dat het verzoek niet overtuigend “los” te zien is van de ziekteomstandigheden: Ballast Nedam heeft de fysieke beperkingen en re-integratie (te snel richting spoor 2/VSO) betrokken bij haar koers. Bovendien acht de kantonrechter de door Ballast Nedam aangevoerde oorzaken (met name het vermeende pestgedrag) onvoldoende deugdelijk onderzocht en het verbetertraject op onjuiste gronden ingezet. Desondanks wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden, omdat beëindiging in het belang van werknemer is: de situatie is te belastend en vruchtbare re-integratie/voortzetting is niet realistisch. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met inachtneming van de opzegtermijn. Ballast Nedam krijgt de gelegenheid het verzoek in te trekken omdat een billijke vergoeding wordt toegekend.

Vergoedingen

De kantonrechter oordeelt dat Ballast Nedam ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door onder meer zonder deugdelijk onderzoek van pesten uit te gaan, pas laat te escaleren, een verbetertraject onterecht/oneigenlijk in te zetten, aan te sturen op beëindiging tijdens ziekte, re-integratie te laten stagneren door vrijstelling van werk en ziekte/beperkingen mee te wegen in het ontbindingsverzoek. Daarom kent de kantonrechter aan werknemer een billijke vergoeding van € 60.000 bruto toe. Daarnaast heeft werknemer recht op de transitievergoeding van € 33.821,04 bruto.