Rechtspraak
Feiten
Van 15 januari 2018 tot 24 mei 2024 is werknemer door zijn werkgever X B.V. uitgeleend aan inlener. Op 16 mei 2024 is werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden ten val gekomen met een ladder. Daarbij heeft hij een breuk opgelopen in zijn onderrug. Als gevolg hiervan is werknemer tot op heden arbeidsongeschikt. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat inlener aansprakelijk is.
Oordeel
De werkzaamheden waarbij werknemer ten val is gekomen, moesten in de buitenlucht en op hoogte worden uitgevoerd. Met het oog op de daaraan klevende veiligheidsrisico’s heeft inlener voor de werkzaamheden boven de ingang van het pand, waar geen vaste steiger stond, een hoogwerker ter beschikking gesteld. Op 16 mei 2024, de dag waarop het ongeval plaatsvond, heeft zij deze echter afgemeld vanwege de voorspelde regen. Anders dan inlener heeft aangevoerd, was het voor werknemer kennelijk niet zo gemakkelijk om deze zelf weer aan te melden of alsnog in gebruik te nemen. Inlener heeft werknemer bovendien niet nadrukkelijk geïnstrueerd om op regenachtige dagen uitsluitend binnen of vanaf de overdekte vaste steiger te werken. Inlener wist dat er voor de ingang van het pand een schuine, houten plank lag, waarmee rolstoelgebruikers toegang werd verschaft tot het pand. In het licht van haar keuze om de hoogwerker af te melden, had inlener er daarom op berekend moeten zijn dat werknemer de voorbereidende werkzaamheden boven de ingang van het pand met behulp van een ladder zou gaan uitvoeren, waarbij hij met de houten plank in aanraking zou komen. Inlener had daarop in moeten spelen, bijvoorbeeld door werknemer te instrueren hoe hij de ladder veilig neer kon zetten. Dit heeft inlener echter niet gedaan. Inlener had werknemer dus betere aanwijzingen kunnen verstrekken met betrekking tot het veilig werken op een ladder. Verder oordeelt de kantonrechter dat inlener meer fysiek toezicht had kunnen en moeten houden op de bouwplaats. De gevorderde verklaring voor recht wordt afgegeven.
