Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 9 januari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:96
Feiten
Werkneemster, geboren in 1966, is sinds 2002 in dienst bij werkgeefster, een supermarktketen, en werkte als kassamedewerkster in een filiaal van werkgeefster. Op de arbeidsovereenkomst zijn het bedrijfsreglement, het verzuimprotocol en de toepasselijke cao van toepassing. In het bedrijfsreglement is een zerotolerancebeleid opgenomen ten aanzien van diefstal door personeel. Op 14 augustus 2025 ontvangt de supermarktmanager een melding dat werkneemster producten uit de winkel zou hebben meegenomen zonder deze af te rekenen. Werkneemster wordt op 15 augustus 2025 geschorst. Werkgeefster laat vervolgens een onderzoek verrichten door een extern onderzoeksbureau. Daarbij worden camerabeelden, kassaregistraties en administratie onderzocht. Uit het onderzoek volgt dat werkneemster op 7 en 14 augustus 2025 meerdere producten uit de winkel heeft meegenomen zonder betaling. Tijdens een hoorgesprek op 21 augustus 2025 ontkent werkneemster de diefstal. Diezelfde dag wordt zij op staande voet ontslagen, welk ontslag bij brief van 22 augustus 2025 wordt bevestigd. In de ontslagbrief wordt de vermeende diefstal gespecificeerd en wordt gewezen op schending van het bedrijfsreglement. Partijen twisten over de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Ontslag op staande voet
De kantonrechter oordeelt dat werkgeefster een voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht. Werkneemster is gehoord, heeft gelegenheid gehad te reageren op de beschuldigingen en heeft later ook de camerabeelden kunnen bekijken. Dat de beelden niet tijdens het hoorgesprek zijn getoond, maakt het onderzoek niet onzorgvuldig. Op basis van de camerabeelden, het kassavolgsysteem en de onderzoeksrapporten acht de kantonrechter voldoende bewezen dat werkneemster op 7 en 14 augustus 2025 meerdere producten heeft meegenomen zonder deze af te rekenen. De door werkneemster gegeven verklaringen over betaling voor klanten of contante betaling worden niet ondersteund door objectieve gegevens en worden door de kantonrechter ongeloofwaardig geacht. Diefstal door een werknemer levert een dringende reden op in de zin van artikel 7:678 BW. Ook na afweging van de persoonlijke omstandigheden van werkneemster waaronder haar leeftijd, lange dienstverband en goede functioneren mocht van werkgeefster redelijkerwijs niet worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, mede gelet op het strikt gehandhaafde zerotolerancebeleid. Het ontslag is bovendien onverwijld gegeven, nu werkgeefster eerst onderzoek heeft verricht en daarna voortvarend heeft gehandeld.
Vergoedingen
Omdat er sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster, heeft zij geen recht op een billijke vergoeding, geen recht op loon over de opzegtermijn en geen recht op een transitievergoeding.
