Naar boven ↑

Rechtspraak

Dalli-De Klok B.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 29 oktober 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:10878
Niet nakomen re-integratieverplichtingen. Ontbinding. Ernstige verwijtbaarheid.

Feiten

Werknemer is per 17 juni 2019 in dienst getreden bij Dalli-De Klok B.V. (hierna: Dalli) in de functie van operator aanmaak. Werknemer meldt zich op 28 augustus 2023 ziek. Uit de probleemanalyse van 4 oktober 2023 volgt dat werknemer geen benutbare mogelijkheden heeft, maar in de toekomst wel. Begin november 2023 is werknemer enkele dagen onbereikbaar voor Dalli. Hij blijkt een nieuw telefoonummer te hebben dat hij niet heeft doorgegeven. Op 22 november 2023 schort Dalli de betaling van het loon op omdat werknemer niet was verschenen bij de bedrijfsarts. In juli 2024 blijkt dat werknemer is verhuisd, zonder dat hij dit aan Dalli heeft gemeld. Vanaf september 2024 worden de re-integratie-inspanningen gericht op het vinden van werk buiten de organisatie van Dalli (spoor 2). Re-integratie in spoor 2 vindt plaats onder begeleiding van een loopbaanadviesbureau, waar werknemer op 5 september 2024 wordt aangemeld. Werknemer is echter lastig bereikbaar voor het loopbaanadviesbureau en Dalli. Daarom schort Dalli betaling van het loon op vanaf 8 oktober 2024 en zet zij de loonbetaling vanaf 15 november 2024 stop. Op 24 februari 2025 vindt een intakegesprek plaats bij het loopbaanadviesbureau. Werknemer krijgt in dat intakegesprek het verzoek om testen te maken, die hij pas – na veel aandringen – op 15 april 2024 maakt. Op 31 maart 2025 zegt werknemer een gesprek met het loopbaanadviesbureau af wegens ziekte en in de maand mei 2025 lukt het, ook na een loonsanctie, niet om contact te krijgen met werknemer. Op 14 mei 2025 verschijnt werknemer niet bij een afspraak met de bedrijfsarts. Op 15 mei 2025 reageert werknemer per e-mail. Werknemer meldt onder andere dat hij in Spanje verblijft en aanspraak maakt op loon. Uit een door Dalli aangevraagd deskundigenoordeel van het UWV van 7 juli 2025 volgt dat het UWV werknemer niet kan bereiken en dat het UWV van oordeel is dat de re-integratie-inspanningen van werknemer onvoldoende zijn, zonder dat daarvoor een deugdelijke reden aanwezig is. Dalli verzoekt ontbinding vanwege verwijtbaar handelen zonder toekenning van een transitievergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer is niet verschenen. Hierdoor heeft hij de stellingen van Dalli en de rechtsgevolgen die Dalli aan deze stellingen verbindt, niet weersproken. Dalli heeft aan haar verzoek tot ontbinding ten grondslag gelegd dat werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet voldoende is nagekomen en dat werknemer hierdoor verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder e BW. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer inderdaad verwijtbaar gehandeld of nagelaten door zonder deugdelijke grond zijn re-integratieverplichtingen niet na te komen. Herplaatsing ligt dan ingevolge artikel 7:669 lid 1 BW niet in de rede. Aan de eisen gesteld in artikel 7:671b lid 5 BW is voldaan. De kantonrechter acht het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen in dit geval ook ernstig verwijtbaar. Werknemer is immers meerdere verplichtingen niet nagekomen. Zo heeft hij verzuimd zijn nieuwe telefoonnummer en een adreswijziging door te geven, was hij met grote regelmaat onbereikbaar voor zijn werkgever en het loopbaanadviesbureau en is hij kennelijk zonder toestemming naar Spanje vertrokken. Zoals ook door het UWV in zijn deskundigenoordeel is gerapporteerd blijkt nergens uit dat werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet kón nakomen. Dit heeft tot gevolg dat de kantonrechter het einde van de arbeidsovereenkomst zal bepalen op een eerder tijdstip dan het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd (art. 7:671b lid 9 onder b BW) en Dalli geen transitievergoeding verschuldigd is (art. 7:673 lid 7 onder c BW). De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Werknemer ontvangt geen transitievergoeding en wordt in de proceskosten veroordeeld.