Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/JR Cleaning Facility
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 januari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:275
Schoonmaakbedrijf bij verstek veroordeeld tot betaling achterstallig loon aan werkneemster.

Feiten

De zaak is behandeld door de regelrechter op grond van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (het Besluit). Het dossier bestond uit het aanvraagformulier van werkneemster, dat de rechtbank op 5 september 2025 heeft ontvangen, met bijlagen. Op de zitting van 9 december 2025 is de zaak besproken. Werkneemster was daarbij aanwezig. Namens JR Cleaning Facility is niemand verschenen. Tegen JR Cleaning Facility is daarom verstek verleend (art. 14 lid 1 Besluit). Werkneemster stelt dat zij op 19 maart 2024 en 3 april 2024 werkzaamheden heeft verricht voor JR Cleaning Facility en dat de arbeidsovereenkomst daarna is geëindigd. Volgens haar staat nog € 88,68 aan loon open. Zij vordert betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en de wettelijke verhoging. JR Cleaning Facility heeft geen verweer gevoerd en niet op de vordering gereageerd.

Oordeel

Omdat JR Cleaning Facility niet is verschenen en niet heeft gereageerd, wijst de rechter de vordering toe: deze komt de rechter niet onrechtmatig of ongegrond voor (art. 139 Rv). JR Cleaning Facility wordt veroordeeld om aan werkneemster € 88,68 te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW. Daarnaast moet JR Cleaning Facility de proceskosten dragen. Deze worden begroot op € 90 aan griffierecht (art. 15 Besluit). Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct ten uitvoer kan worden gelegd, ook als een partij om herbeoordeling in hoger beroep verzoekt (art. 233 Rv).