Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 8 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:51
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. In ontslagbericht vermelde reden dat bakkerswinkel verlies leed, vormt geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Werkneemster heeft recht op vergoedingen en achterstallig salaris.

Feiten

Werkneemster is op 22 april 2025 in dienst getreden van werkgever als medewerkster/verkoopster in de bakkerswinkel van werkgever. In een WhatsAppbericht van 13 juli 2025 heeft werkgever aan werkneemster gemeld dat de winkel verlies leed en dat hij zelf in zijn winkel ging staan. Werkneemster verzoekt een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet op 13 juli 2025 onregelmatig is en toekenning van achterstallig salaris, de transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever heeft op de mondelinge behandeling toegelicht dat zijn bericht op 13 juli 2025 ertoe strekte het dienstverband per direct te beëindigen. Dat is een ontslag op staande voet. De door werkgever in het bericht vermelde reden dat de winkel verlies leed, vormt geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. Dit is immers geen daad, eigenschap of gedraging van werkneemster. Omdat een dringende reden ontbreekt, is het ontslag niet rechtsgeldig gegeven. De gevorderde verklaring dat het ontslag onregelmatig is, wordt toegewezen. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, te vermeerderen met wettelijke verhoging en rente. Voorts is werkgever een transitievergoeding van € 185,41 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 1542,01 bruto verschuldigd. Omdat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven, komt werkneemster tevens een billijke vergoeding toe. Werkneemster stelt dat zij stress heeft ondervonden en heeft geleden vanwege het verlies van haar baan. Zij houdt er rekening mee dat werkgever haar niet heeft aangemeld bij het UWV en de Belastingdienst en dat zij daardoor schade lijdt. Daarvoor wordt, als niet weersproken, een billijke vergoeding van € 1.500 bruto toegewezen.