Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 16 december 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:2686
Feiten
Rotterdamse Electrische Tram N.V. (hierna: RET) heeft ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer verzocht. RET heeft daarbij een deel van een onderzoeksrapport (verricht door een extern bureau) in het geding gebracht. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden en de RET veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 94.691,38. De werknemer heeft hoger beroep ingesteld. In hoger beroep verzoekt de werknemer dat de RET hem het gehele onderzoeksrapport verstrekt, omdat dit rapport een cruciale rol heeft gespeeld bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek door de kantonrechter en het oordeel dat geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid van de RET en het niet-toekennen van een billijke vergoeding. RET stelt dat zij de privacy en belangen van de overige medewerkers moet beschermen en daarom een gewichtige reden heeft om het rapport niet te verstrekken.
Oordeel
Het hof stelt voorop dat werknemer bekend is met het rapport, daar niet over beschikt en het nodig heeft in de hogerberoepsprocedure omdat het relevant kan zijn voor een op voorhand niet als kansloos aan te merken verweer of verzoek. In zoverre heeft hij belang bij de verstrekking van het rapport aan hem. Van een fishing expedition is geen sprake. Hier komt bij dat de RET haar beslissing om de arbeidsovereenkomst definitief te willen beëindigen en haar primaire verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond (verwijtbaar handelen), dan wel subsidiair de g-grond (verstoorde arbeidsrelatie) voor een groot deel heeft gegrond op en onderbouwd met de conclusies van het rapport. Ook de kantonrechter heeft aan het rapport groot gewicht toegekend. De RET stelt dat een gewichtige reden zich verzet tegen het verstrekken van het rapport. Of een dergelijke gewichtige reden bestaat, dient door de rechter met afweging van alle betrokken belangen, gemotiveerd te worden beslist. Het ligt op de weg van de RET die zich op het bestaan van die gewichtige reden beroept, te stellen en zo nodig aannemelijk te maken waarin dat belang bestaat. RET beroept zich onder meer op de bescherming van de privacy van alle medewerkers die aan het rapport hebben meegewerkt en in het rapport worden genoemd. Het hof is van oordeel dat het belang van werknemer bij kennisname van het volledige rapport zwaarder weegt dan de hierboven weergegeven belangen van de RET om de inhoud van het verdere rapport geheim te houden. Het hof overweegt daarbij dat het pseudonimiseren van het rapport en de geheimhoudingsverplichting die aan werknemer zal worden opgelegd voldoende tegemoetkomt aan de gestelde belangen van de RET en haar medewerkers. Voor het hof speelt bij de belangenafweging verder een rol dat onduidelijk is gebleven wat voor onderzoek Verinorm precies heeft uitgevoerd en welke waarborgen daarbij zijn gegeven of toegezegd. Het verzoek van werknemer wordt toegewezen waarbij het de RET is toegestaan het rapport te pseudonimiseren volgens de pseudonimiseringsrichtlijn van de rechtspraak en het de werknemer wordt verboden het rapport met derden te delen.
