Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 3 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14084
Feiten
Werknemer is sinds 19 april 1999 in dienst bij een tandartspraktijk (hierna: werkgeefster) als mondhygiënist. Naast zijn vaste salaris heeft werknemer recht op een variabel loon, afhankelijk van de door hem behaalde omzet. Aanvankelijk werkte werknemer 14 uur per week. Werkgeefster heeft, met toestemming van het UWV, de arbeidsovereenkomst opgezegd per 30 mei 2021, onder aanbieding van een nieuwe overeenkomst voor 8 uur per week en betaling van een (partiële) transitievergoeding. Werknemer begon vervolgens een procedure over een hogere transitievergoeding en de vraag of zijn variabele loon onderdeel van zijn vaste loon was geworden. Zowel de kantonrechter als het Hof Amsterdam wees deze vorderingen af. Op 28 mei 2021 meldde werknemer zich ziek en sindsdien heeft hij geen werkzaamheden meer verricht. De loondoorbetalingsverplichting van werkgeefster eindigde op 28 mei 2023. Werknemer vordert betaling van achterstallig loon over de jaren 2020 tot en met 2023. Hij stelt dat werkgeefster het variabele loon vanaf 2020 onjuist heeft berekend, onder meer door een verkeerde berekening van de fictieve omzet tijdens ziekte en fouten in de berekening van de bonus. Hierdoor heeft hij volgens zijn eigen berekening te weinig loon ontvangen. Werknemer is bij tussenbeschikking in de gelegenheid gesteld zijn loonvordering nader te concretiseren en toelichten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft zijn loonvordering bij akte voldoende toegelicht en cijfermatig gespecificeerd. Werkgeefster stelt zich in haar akte op het standpunt dat de aannames die werknemer ten grondslag legt aan zijn berekening onjuist zijn; werknemer gaat uit van verkeerde omzetten, verkeerd aantal dagen en verkeerde berekeningen. Werkgeefster heeft naar het oordeel van de kantonrechter haar verweer, tegenover de gemotiveerde en cijfermatige onderbouwing van werknemer, onvoldoende onderbouwd. Werkgeefster heeft aangevoerd dat werknemer uitgaat van onjuiste aannames, maar zij heeft niet toegelicht of voorgerekend tot welke getalsmatige fouten die onjuiste aannames van werknemer dan hebben geleid en dat is onvoldoende. Het voorgaande betekent dat de vordering van werknemer tot betaling van de achterstallige loonbedragen zal worden toegewezen.
