Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 15 oktober 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:24171
Feiten
Werknemer is in dienst getreden van TDSL voor een arbeidsomvang van 24 uur per week tegen een salaris van € 4500. Op de loonstrook van werknemer van maart 2023 staat een parttime percentage van 80% vermeld. Op de loonstroken van werknemer van april 2023 tot en met februari 2024 staat vermeld dat hij 32 uur per week werkt. Het aan werknemer te betalen salaris is op al die salarisstroken ongewijzigd ten opzichte van zijn eerdere salarisstroken, waarop een parttime percentage van 60% en 24 uur per week was vermeld. In februari 2024 heeft werknemer aan TDSL verzocht om de door hem extra gewerkte uren vanaf maart 2023 te vergoeden. TDSL heeft dat niet gedaan. Werknemer stelt dat hij aan TDSL heeft verzocht of hij vanaf maart 2023 een dag extra kon gaan werken. Volgens hem was dat voor TDSL akkoord, maar kon hij daar vanwege belastingtechnische redenen niet direct voor worden uitbetaald. Daarom is volgens werknemer afgesproken dat hij na een jaar voor die werkdag zou worden vergoed. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst werknemer naar de aangepaste loonstroken vanaf maart 2023. Volgens TDSL kan uit die loonstroken geen aanpassing van de arbeidsomvang worden afgeleid, omdat de wijziging van de loonstroken een andere reden had. Zij stelt dat de loonstroken slechts zijn aangepast op verzoek van werknemer in het kader van de opbouw van meer sociale zekerheden. Volgens haar is echter niet afgesproken dat werknemer meer uren zou gaan werken en heeft hij dat in werkelijkheid ook niet gedaan.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Loonstroken geven over het algemeen de gemaakte afspraken omtrent het aantal uren weer. Meer uren conform het gebruikelijke loon (art. 7:618 BW)
De kantonrechter overweegt dat loonstroken in het algemeen onder meer de gemaakte afspraken over het aantal te werken uren weergeven. Het feit dat TDSL de loonstroken van werknemer vanaf maart en april 2023 heeft aangepast naar een parttimebasis van 80% respectievelijk 32 gewerkte uren, levert dan ook een sterke aanwijzing op dat werknemer en TDSL hebben afgesproken dat werknemer 32 uren per week is gaan werken en dat ook daadwerkelijk heeft gedaan. De kantonrechter overweegt dat TDSL en werknemer niet concreet hebben afgesproken welke vergoeding tegenover de door werknemer extra gewerkte uren staat. Dat betekent, ingevolge artikel 7:618 BW, dat werknemer recht heeft op het gebruikelijke loon.
Werknemer heeft tijdig geklaagd
De kantonrechter stelt voorop dat bij de beoordeling van de klachtplicht in het kader van een loonvordering, gelet op het uitgangspunt van ongelijkheidscompensatie en bescherming van de werknemer, een beroep van een werkgever op schending van de klachtplicht terughoudend moet worden getoetst. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat een werknemer zich gedurende het dienstverband geremd kan voelen om zijn werkgever aan te spreken op een gebrekkige nakoming van de arbeidsovereenkomst, uit angst voor (in)formele sancties die een werkgever tegen hem kan treffen. Ook is het aan de werkgever om te stellen en te onderbouwen in hoeverre zij is benadeeld door het tijdstip waarop de werknemer aanspraak is gaan maken op onbetaald loon. De kantonrechter overweegt dat werknemer voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat hij met TDSL heeft afgesproken dat hij na een jaar voor de extra werkdag zou worden gecompenseerd. Vaststaat dat de salarisstroken van werknemer vanaf maart 2023 zijn aangepast en dat werknemer in februari 2024 aanspraak op de bijbehorende vergoeding heeft gemaakt. Dat betekent dat werknemer over de te ontvangen vergoeding heeft geklaagd rondom het moment dat hij de uitbetaling verwachtte. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat werknemer binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek ontdekte, heeft geklaagd.
