Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/uitzendbureau en inlener
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 oktober 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6694
Uitzendbureau én bloemenzaak aansprakelijk voor schade: werknemer krijgt 3.348 euro aan reparatiekosten vergoed na ongeval met eigen auto tijdens bezorging. Inlener moet uitzendbureau volledig vrijwaren.

Feiten

Werknemer werkt als uitzendkracht op basis van een uitzendovereenkomst voor een uitzendbureau. Hij wordt door het uitzendbureau ter beschikking gesteld aan de inlener, een bloemenzaak/bezorgdienst. Werknemer bezorgt bloemen met zijn eigen auto. Op 4 september 2023 rijdt hij tijdens een bezorgrit voor de inlener tegen een afzetpaal met betonvoet, waardoor aanzienlijke schade aan zijn auto ontstaat. Werknemer vordert in de hoofdzaak onder meer hoofdelijke veroordeling van het uitzendbureau en de inlener tot vergoeding van de autoreparatieschade. Het uitzendbureau betwist aansprakelijkheid en stelt onder meer dat de toedracht niet objectief controleerbaar is, dat de schade door de particuliere autoverzekering is vergoed, dat zijn zorgplicht als uitlener beperkt is en dat het een kilometervergoeding betaalt waarmee werknemer zelf een adequate verzekering kan regelen. Ook beroept het uitzendbureau zich op opzet/bewuste roekeloosheid van werknemer. De inlener voert aan dat niet hij, maar het uitzendbureau als formele werkgever verantwoordelijk is voor de schade en stelt dat hij juist via een uitzendbureau werkt om dit soort risico’s te vermijden. Hij erkent dat hij het contract niet goed heeft gelezen. De particuliere autoverzekering van werknemer (ANWB) heeft de schade aanvankelijk vergoed, maar is daarop teruggekomen toen bleek dat het om schade tijdens een zakelijke rit ging. Werknemer heeft het uitbetaalde bedrag aan de verzekeraar moeten terugbetalen. In de vrijwaringszaak vordert het uitzendbureau dat de inlener hem volledig vrijwaart voor al hetgeen het aan werknemer moet betalen, inclusief kosten. Het beroept zich op de NBBU-voorwaarden die op de inleenovereenkomst van toepassing zijn (met name art. 7), die bepalen dat de inlener de uitzendonderneming vrijwaart voor vorderingen van de arbeidskracht ter zake van schade als gevolg van de terbeschikkingstelling.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat artikel 7:658 BW een ruime zorgplicht voor de veiligheid van de werknemer kent. Die rust op de werkgever (lid 1–3) én op de inlener als ‘degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft’ (lid 4). Zowel het uitzendbureau als de inlener valt onder deze regeling. Werknemer kan hen beide aanspreken. De rechter acht voldoende bewezen dat de aanrijding heeft plaatsgevonden tijdens het bezorgen van bloemen voor de inlener. Wat de zorgplicht betreft, oordeelt de kantonrechter dat het uitzendbureau werknemer bij het aangaan van de uitzendovereenkomst had moeten wijzen op het risico dat een particuliere autoverzekering zakelijke ritten mogelijk niet dekt, temeer omdat bekend was dat werknemer met zijn eigen auto als bezorger voor de inlener zou gaan rijden. Uit niets blijkt dat partijen hierover hebben gesproken of dat werknemer is gewaarschuwd. Het argument dat de kilometervergoeding bedoeld is om een goede verzekering te bekostigen, slaagt niet, nu niet is gesteld of gebleken dat dit aan werknemer is uitgelegd of dat hij is gewezen op de specifieke verzekeringsrisico’s. Ook de inlener heeft zijn zorgplicht geschonden: als inlener had hij met werknemer moeten bespreken dat zijn auto tijdens de bezorgwerkzaamheden adequaat verzekerd moest zijn. Hij heeft dat nagelaten en is ten onrechte ervan uitgegaan dat alle risico’s bij het uitzendbureau lagen. Daarmee heeft zowel het uitzendbureau als de inlener niet voldaan aan zijn zorgplicht ex artikel 7:658 BW en zijn zij in beginsel aansprakelijk voor de schade van werknemer.

Het beroep van het uitzendbureau op opzet of bewuste roekeloosheid wordt verworpen. De hoge drempel daarvoor – daadwerkelijke bewustheid van het roekeloze karakter van de concrete gedraging – is niet gehaald. Werknemer volgde de navigatie, de paal was deels aan het zicht onttrokken door vuilnisbakken en hij zag de paal te laat. Dat is een fout, maar geen opzet of bewuste roekeloosheid. De rechter aanvaardt dat werknemer daadwerkelijk schade heeft geleden: de reparatiekosten bedroegen € 3.348,26 en vielen uiteindelijk niet onder de dekking van de particuliere verzekering, nu het om zakelijke schade ging en werknemer het eerder uitgekeerde bedrag heeft terugbetaald. De hoofdsom wordt dan ook toegewezen.

In de hoofdzaak worden het uitzendbureau en de inlener hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding. In de vrijwaringszaak oordeelt de kantonrechter dat de NBBU-voorwaarden van toepassing zijn en dat artikel 7 daarvan meebrengt dat de inlener het uitzendbureau moet vrijwaren voor de vordering van werknemer. De inlener wordt veroordeeld om aan het uitzendbureau te betalen al hetgeen waartoe dit in de hoofdzaak jegens werknemer is veroordeeld, inclusief de kosten. Daarnaast worden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de vrijwaringsprocedure (€ 1.017,43).