Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 3 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6564
Werknemer had van 2002 tot 2017 verplicht moeten deelnemen aan de pensioenregeling van Bpf Detailhandel, maar lijdt geen pensioennadeel omdat hij alsnog aanspraak kan maken op de opgebouwde rechten.

Feiten

Werknemer is op 1 januari 1988 in dienst getreden van werkgever, een onderneming met zowel boekhandel- als drukkerijactiviteiten. Werknemers in de boekhandel namen deel aan de pensioenregeling van Bpf Detailhandel, werknemers in de drukkerij aan die van Pensioenfonds PGB. Werknemer werkte voor beide onderdelen en kreeg daarom een individuele pensioenregeling bij Achmea, waarmee hij vanaf 1 januari 1993 (met terugwerkende kracht tot indiensttreding) tot 1 januari 2017 was verzekerd, eerst in een kapitaalregeling en vanaf 2007 in een premieregeling. Per 1 januari 2016 zijn de activiteiten gesplitst in twee vennootschappen, maar werknemer bleef tot 1 januari 2017 in dienst bij werkgever en trad daarna in dienst bij [gedaagde sub 2 VOF], waar zijn dienstverband op 1 april 2019 eindigde. Vanaf 1 januari 2017 tot 1 april 2019 nam werknemer deel aan de pensioenregeling van Bpf Detailhandel. Werknemer stelt dat hij in de periode van 1 januari 1988 tot 1 januari 2017 ten onrechte niet als deelnemer is aangemeld bij Bpf Detailhandel en daardoor pensioennadeel lijdt. Hij vordert verklaringen voor recht dat werkgever, Bpf Detailhandel en Achmea onrechtmatig en/of onzorgvuldig hebben gehandeld en hoofdelijke veroordeling om hem in de positie te brengen waarin hij zou hebben verkeerd bij deelname aan de pensioenregeling van Bpf Detailhandel.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer was van 1 januari 2002 tot 1 januari 2017 verplicht deelnemer in de pensioenregeling van Bpf Detailhandel, omdat vanaf dat moment de loonkosten van de winkel hoger waren dan die van de drukkerij. Voor de periode daarvoor was geen verplichte deelname. De gevorderde verklaring voor recht wordt in zoverre toegewezen. De kantonrechter acht de verwijten aan werkgever en Bpf Detailhandel ongegrond, omdat werknemer zelf verantwoordelijk was voor de pensioenzaken en er geen sprake was van bewuste onzorgvuldigheid. De vorderingen tegen deze partijen worden afgewezen. Achmea heeft haar zorgplicht geschonden door bij het afsluiten van een nieuwe pensioenregeling in 2007 niet te onderzoeken of werknemer verplicht deelnemer was bij Bpf Detailhandel. De verklaring voor recht dat Achmea haar zorgplicht heeft geschonden wordt toegewezen. Bpf Detailhandel is verplicht de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten over de periode 1 januari 2002 tot 1 januari 2017 aan werknemer toe te kennen, ondanks het feit dat hij niet als deelnemer was aangemeld. De vordering om hem in die positie te brengen wordt afgewezen, omdat hij daar al recht op heeft.