Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 oktober 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:7853
Feiten
Werkneemster is op 8 september 2022 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij werkgeefster als leerling-kraamverzorgende. De titel van de arbeidsovereenkomst is “leer-arbeidsovereenkomst”. Op de arbeidsovereenkomst is de collectieve arbeidsovereenkomst Kraamzorg (hierna: cao) van toepassing. Werkgeefster heeft voor de duur van 72 maanden een leaseovereenkomst gesloten terzake van een Citroen C3. Op 2 december 2022 heeft werkgeefster voor de auto met werkneemster een “gebruikersovereenkomst auto van de zaak” gesloten voor de duur van de onderliggende leaseovereenkomst. Met ingang van 2 december 2024 is werkneemster (op kosten van werkgeefster) begonnen met de opleiding tot kraamverzorgende op mbo 3-niveau bij Geboortezorg Academie. Op 26 maart 2025 heeft werkneemster zich bij werkgeefster ziekgemeld. Ook heeft zij zich bij Geboortezorg Academie ziekgemeld voor het examen dat gepland stond op 3 april 2025. Werkgeefster heeft werkneemster per 7 april 2025 beter gemeld. Op 15 april 2025 heeft werkneemster zich bij werkgeefster ziekgemeld wegens burn-outklachten. In de tijd tussen de twee ziekmeldingen heeft werkneemster niet gewerkt. Werkneemster heeft zich bij e-mail van 2 mei 2025 wegens ziekte bij Geboortezorg Academie voor het herexamen van 7 mei 2025 afgemeld. Daarbij heeft werkneemster aangegeven dat zij zich, zodra zij in staat is de opleiding te hervatten, beter zal melden. Bij e-mail van 28 mei 2025 meldt werkgeefster aan werkneemster dat de arbeidsovereenkomst is gesloten in het kader van een BBL-constructie en dat de opleiding feitelijk beëindigd zou zijn. Werkgeefster geeft onder meer aan dat er bij beëindiging van het dienstverband vorderingen zullen worden verrekend, waaronder de auto en de studiekosten. De auto is door werkgeefster geregistreerd bij het Meldpunt Gestolen Voertuigen van de politie. Op 16 juni 2025 is de politie bij werkneemster thuis langsgeweest vanwege de melding. Werkneemster komt op tegen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Volgens werkneemster is de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege per 30 mei 2025 dan wel 30 juni 2025, de datum waarop de opleiding is beëindigd, geëindigd. Zij voert daartoe aan dat tussen partijen geen ontbindende voorwaarde, ook niet mondeling, is overeengekomen. Daar komt bij dat werkneemster arbeidsongeschikt was en nog steeds is, zodat er sprake is van een opzegverbod.
Oordeel
Ontbindende voorwaarde
Naar het oordeel van de kantonrechter is geen geldige ontbindende voorwaarde overeengekomen. Werkneemster heeft gemotiveerd betwist dat die afspraak is gemaakt en werkgeefster heeft daar tegenover onvoldoende specifiek toegelicht en onderbouwd waar, wanneer en hoe de voorwaarde zou zijn besproken en afgesproken. Weliswaar is wettelijk niet vereist dat een ontbindende voorwaarde schriftelijk is overeengekomen, maar dat had in de gegeven omstandigheden wel van werkgeefster mogen worden verwacht. Het is immers niet duidelijk en dus onvoldoende objectief bepaald wanneer de gestelde voorwaarde zou intreden. Bovendien heeft werkgeefster wel een andere ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst opgenomen, namelijk overlegging van een VOG door werkneemster. Aangezien er geen geldige ontbindende voorwaarde is overeengekomen, is de arbeidsovereenkomst ook niet van rechtswege geëindigd.
Ontbinding arbeidsovereenkomst op de e-grond
De kantonrechter is van oordeel dat het verwijt dat werkneemster zich onvoldoende zou hebben ingespannen voor de opleiding geen doel treft. De gestelde agressieve opstelling van werkneemster blijkt enkel uit de correspondentie vanuit werkgeefster na de ziekmelding van werkneemster. Het niet eerder dan 24 juli 2025 inleveren van de bedrijfsauto is geen verwijtbaar gedrag van werkneemster. Reeds bij e-mail van 5 juni 2025 is namens werkneemster de bereidheid uitgesproken om de bedrijfsauto op grond van arbeidsongeschiktheid in te leveren. In reactie daarop is werkgeefster telkens en ten onrechte blijven volharden dat de arbeidsovereenkomst al op 30 mei 2025 beëindigd was en dat de lease moest worden overgenomen of het leasecontract moest worden afgekocht. Zoals hiervoor is overwogen is het onjuist dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd. Bovendien bestond er voor werkneemster geen verplichting om het leasecontract over te nemen of de afkoopboete aan de leasemaatschappij te betalen. Dat is volgens artikel 15 van de gebruikersovereenkomst van de auto alleen het geval, als de werknemer de arbeidsovereenkomst op eigen initiatief beëindigt of wegens dringende reden op staande voet wordt ontslagen.
Ontbinding arbeidsovereenkomst op de h-grond
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgeefster onvoldoende onderbouwd dat de arbeidsovereenkomst door het niet afronden van de opleiding feitelijk inhoudsloos is geworden.
Ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond
Van de zijde van werkneemster is niet betwist dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zij het dat werkneemster een andere lezing dan werkgeefster heeft over de gang van zaken. De kantonrechter ziet geen redelijke kans op herstel van de verhoudingen binnen afzienbare termijn. Herplaatsing kan naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de orde zijn binnen de kleine onderneming van werkgeefster. Om werkneemster te behoeden voor een moeizaam en spanningsvolle periode van re-integratie bij werkgeefster komt de kantonrechter tot het oordeel dat het in het belang van werkneemster is dat er een einde komt aan de arbeidsovereenkomst. Voortzetting van het dienstverband zou aan herstel van werkneemster in de weg staan. Op die grond en niet op grond van enig verwijt aan het adres van werkneemster zal de verzochte ontbinding derhalve worden toegewezen, ook al is er sprake van een opzegverbod wegens ziekte.
Vergoedingen
Aangezien het vorenstaande impliceert dat werkgeefster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, is naast de transitievergoeding ook een billijke vergoeding toewijsbaar. De kantonrechter acht het, alle omstandigheden in aanmerking genomen, billijk om aan werkneemster een vergoeding toe te kennen van € 30.000 bruto.
