Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 10 november 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:7847
Feiten
Werknemer is in dienst van Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen (hierna: SVOZ). SVOZ verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling een minnelijke regeling getroffen. Partijen hebben met betrekking tot het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitspraak verzocht. Werknemer refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Mede gelet op de referte van werknemer ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2026. Uit de standpunten van partijen blijkt namelijk dat er een redelijke grond is voor ontbinding, aangezien de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat van SVOZ als werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van werknemer is daarbij niet mogelijk. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is werknemer niet verwijtbaar. Het verzoek houdt geen verband met het bestaan van een opzegverbod. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de financiële afwikkeling van de arbeidsovereenkomst. Deze afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Op de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat SVOZ wordt veroordeeld tot betaling van € 1.048,38 bruto wegens wettelijke verhoging en € 10,41 wegens wettelijke rente. Deze afspraak is abusievelijk niet opgenomen in de vaststellingsovereenkomst. Aangezien partijen hierover overeenstemming hebben bereikt, wordt dit toegewezen zoals verzocht.
