Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 november 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:14685
Feiten
Werknemer is in dienst van 1981 Materieel B.V. en vordert in kort geding betaling van achterstallig loon. 1981 Materieel is niet ter zitting verschenen; tegen haar is verstek verleend.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het loon over de maanden juli tot en met oktober 2025 wordt toegewezen. Het gaat in totaal om € 11.430,80 bruto wat 1981 Materieel nog aan loon moet betalen. Hiervan moet zij loonspecificaties verstrekken. Omdat 1981 Materieel te laat is met de uitbetaling, en niet gebleken is van omstandigheden waaraan dit (gerechtvaardigd) is toe te rekenen, is er aanspraak ontstaan op een verhoging van het loon wegens vertraging. Gelet op artikel 7:625 BW en uitgaande van het bepaalde in de arbeidsovereenkomst dat het loon aan het einde van iedere kalendermaand wordt uitbetaald, gaat het om 50% van het loon van € 2.857,75 bruto per maand voor de maanden juli, augustus en september en 27% (tot vandaag) van dat loon voor de maand oktober. Tezamen gaat het om € 5.058,21 bruto. Er zijn geen omstandigheden die reden geven deze verhoging te beperken. De proceskosten komen voor rekening van 1981 Materieel.
