Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./Rijkswaterstaat
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 9 december 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:23668
Functiebeschrijving en -waardering. Zowel proces als inhoud van vastgestelde functiebeschrijving kan redelijke toets van kritiek doorstaan. Werkgever heeft in redelijkheid tot besluit kunnen komen de functie van sluisoperator in te delen in schaal 6.

Feiten

Twintig werknemers zijn in dienst bij Rijkswaterstaat. De functie van werknemers is met ingang van 1 oktober 2022 ingedeeld in de functiefamilie Uitvoering, functiegroep Medewerker Operationeel Verkeersmanagement schaalniveau 6 (hierna: MOV-6) van het Functiegebouw Rijk (FGR). Zij verrichten hun werkzaamheden op de Volkeraksluizen, de grootste binnenvaartsluizen van Europa. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Rijk van toepassing. In 2018 heeft een aantal van de werknemers werkzaam als operator in de Volkeraksluizen verzocht tot het doen uitvoeren van een functiewaarderingsonderzoek. Human Capital Group (hierna: HCG) heeft het functiewaarderingsonderzoek vervolgens uitgevoerd. HCG heeft, op basis van het functiewaarderingssysteem van de sector Rijk (Fuwasys), geadviseerd de functie van werknemers in te delen in de functiefamilie Uitvoering, functiegroep Medewerker Operationeel Verkeersmanagement, schaal 6. Op 1 maart 2023 heeft Rijkswaterstaat het besluit genomen het advies van HCG over te nemen en de indeling in schaal 6 te handhaven. Werknemers zijn echter van mening dat de vastgestelde functiebeschrijving geen goede weergave betreft van de opgedragen werkzaamheden en dat zij hoger ingeschaald zouden moeten worden. Zij hebben op 6 oktober 2023 een verzoek gedaan aan de Geschillencommissie Rijk om hun functie aan te vullen met de juiste taken en verantwoordelijkheden en de functie op de juiste wijze in te delen. De Geschillencommissie Rijk heeft op 28 februari 2024 geoordeeld dat Rijkswaterstaat de functie van de operators in redelijkheid heeft kunnen inschalen in salarisschaal 6. Werknemers vorderen een verklaring voor recht dat de functie van operator met ingang van 1 augustus 2022 gewaardeerd dient te worden in schaal 7 dan wel schaal 8.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De werknemers stellen zich op het standpunt dat de in augustus 2022 vastgestelde functiebeschrijving geen goede weergave betreft van de functie van operator Volkeraksluizen. Zij stellen dat die weergave niet volledig en niet correct is, omdat onvoldoende acht is geslagen op (1) de door de werknemers uit te voeren CA-taken (functionele eindverantwoordelijkheid), (2) het feit dat de werkzaamheden moeten worden verricht in een complex beheersgebied en (3) het feit dat onder de uit te voeren werkzaamheden ook VTS-werkzaamheden vallen. Naar het oordeel van de kantonrechter geeft de functiebeschrijving een afdoende weergave van de door werknemers te verrichten CA-taken (1). De operators hebben weliswaar een bepaalde mate van zelfstandigheid en autonomie, maar de functionele eindverantwoordelijkheid ligt bij de teamleider. Met betrekking tot onderdeel (2) overweegt de kantonrechter dat ook Rijkswaterstaat onderkent dat de Volkeraksluizen een groot en druk complex vormen, met intensief en hectisch werk. De kantonrechter stelt vast dat daar in de functiebeschrijving rekening mee is gehouden. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben werknemers in dat kader onvoldoende onderbouwd dat de coördinerende werkzaamheden in de blokkanalen een wezenlijk en/of in tijd gesproken aanzienlijk onderdeel van de werkzaamheden vormt. Ook op dit punt heeft Rijkswaterstaat in redelijkheid tot vaststelling van de functiebeschrijving kunnen komen. Naar het oordeel van de kantonrechter gaat tot slot de vergelijking met VTS-werkzaamheden die de werknemers maken niet op. Vast staat dat de Volkeraksluizen geen aangewezen VTS-post zijn en dat de werknemers ook niet de wettelijke VTS-opleiding hebben gevolgd. De werkzaamheden zijn niet sturend, maar ondersteunend, wat een verschil is met de functie van VTS-operator. Rijkswaterstaat heeft in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen de VTS-werkzaamheden niet op te nemen in de organieke functiebeschrijving. De kantonrechter komt tot het oordeel dat zowel het proces als de inhoud van de vastgestelde functiebeschrijving de redelijke toets van kritiek kan doorstaan. Ook ten aanzien van de functiewaardering komt de kantonrechter tot de conclusie dat Rijkswaterstaat een uitvoerig en zorgvuldig proces heeft doorlopen en dat zij in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de functie van operator in te delen in MOV-6 van het FGR. Afwijzing van de vorderingen van werknemers volgt.