Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Nexperia B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 16 december 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11027
De vordering van werknemer tot wedertewerkstelling in kort geding wordt afgewezen, gelet op de bijzondere omstandigheden aan de zijde van de werkgever en de band tussen werknemer en de geschorste bestuurder.

Feiten

Werknemer is op 1 februari 2023 in dienst getreden bij Nexperia in de functie van Head of Talent Acquisition. In het voorjaar van 2025 is onder de naam “Delta” een grootschalige reorganisatie binnen Nexperia doorgevoerd. In 30 september 2025 heeft de Minister van Economische Zaken met een beroep op de Wet beschikbaarheid goederen ingegrepen in de onderneming van Nexperia door een bevel af te kondigen. Bij beschikking van 7 en 8 oktober 2025 heeft de Ondernemingskamer onmiddellijke voorzieningen getroffen, waarbij de heer X is geschorst als CEO en bestuurder van Nexperia. Uit deze uitspraak volgt dat naar het voorlopig oordeel van de Ondernemingskamer gegronde redenen aanwezig zijn om te twijfelen aan de juistheid van het door X gevoerde beleid en een juiste gang van zaken bij Nexperia. Op 12 oktober 2025 meldt werknemer zich ziek. Op 14 oktober 2025 bespreekt de HR Director bij Nexperia met werknemer dat Nexperia heeft besloten om de arbeidsovereenkomst met werknemer te beëindigen. Per e-mail van 16 oktober 2025 bevestigt Nexperia dit aan werknemer en wordt hem een voorstel voor een beëindigingsregeling gedaan waarvan een vrijstelling van werk onderdeel uitmaakt. Bij brief van 23 oktober 2025 heeft werknemer Nexperia gevraagd hem toe te laten de overeengekomen werkzaamheden te verrichten. Nexperia heeft daarmee niet ingestemd. Werknemer vordert in deze kortgedingprocedure wedertewerkstelling.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De toewijsbaarheid van een vordering van een werknemer om in de gelegenheid gesteld te worden de overeengekomen arbeid te verrichten, moet worden beoordeeld aan de hand van de algemene maatstaf van goed werkgeverschap van artikel 7:611 BW. Uit de overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing van de Ondernemingskamer om X te schorsen, het besluit van de Minister van Economische zaken en de nadien ontstane onrust op de internationale markt, volgt dat sprake is van een extreem bijzondere situatie waarin X als CEO van een onderneming, die van groot belang is voor de Nederlandse en Europese economie, naar het oordeel van de kantonrechter beslissingen heeft genomen die haaks staan op de afspraken gemaakt met de Nederlandse overheid. Een situatie waarin de handelwijze van X door de Ondernemingskamer is betiteld als grenzend aan roekeloosheid. In deze procedure moet naar het oordeel van de kantonrechter daarom worden beoordeeld wat de handelwijzen van X betekenen voor de positie van de mensen die dichtbij hem stonden, zoals in dit geval werknemer. In het bestek van deze kortgedingprocedure is, voorshands oordelend, komen vast te staan dat sprake was van een intensieve samenwerking tussen werknemer en X. Of werknemer nu betrokken was als vertrouweling of als spreekbuis van X, feit is dat werknemer betrokken was bij een beslissing die zo diep ingreep in de organisatie van Nexperia, dat dit voor de Ondernemingskamer een van de dragende redenen was om X voorlopig te schorsen. Niet gesteld of gebleken is dat werlmemer op enig moment daarin zelf positie heeft genomen in die zin dat hij zich heeft uitgesproken tegen deze beslissing van X, terwijl op hem als werknemer ook een zelfstandige verantwoordelijkheid rust om beslissingen die je om wat voor reden dan ook moet uitvoeren, niet uit te voeren als dat evident in strijd is met het bedrijfsbelang. Op z’n minst kan worden verlangd dat een werknemer in een positie als die van werknemer daarover eerst kritische vragen stelt. Niet is gebleken dat werknemer daarin zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Naast het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat binnen Nexperia het beeld bestaat dat werknemer binnen Nexperia de stem was van X. Voorstelbaar is dat dit beeld, in combinatie met de bekritiseerde handelwijzen van X, voor zeer veel onrust heeft gezorgd, terwijl Nexperia er juist bij gebaat is om rust te creëren om de storm waarin zij verkeert het hoofd te kunnen bieden. Terugkeer van werknemer zou binnen en buiten Nexperia de indruk kunnen wekken dat – hoe onterecht die indruk wellicht ook is – X via hem zijn stem weer kan laten horen binnen Nexperia. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat de voorgaande omstandigheden, gelet op de uitzonderlijke situatie waarin Nexperia op dit moment verkeert, voldoende reden zijn om werknemer op non-actief te stellen.