Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 17 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:23416
Feiten
FNV is een vereniging die als doel heeft de belangen te behartigen van haar leden, van werknemers, of groepen van werknemers, waaronder werknemers in de sector technische groothandel. WTG is een werkgeversorganisatie die zich richt op de belangenbehartiging van werkgevers binnen diezelfde sector. De collectieve arbeidsvoorwaarden van werknemers die werkzaam zijn bij werkgevers in de technische groothandel zijn vastgelegd in de cao Technische Groothandel. De huidige cao Technische Groothandel heeft als looptijd 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2025 (cao 2023-2025). WTG heeft deze cao afgesloten met de werknemersorganisaties CNV, De Unie en RMU. FNV is geen partij bij deze cao, en was dat ook niet bij de voorlaatste cao die liep van 1 oktober 2022 tot en met 30 september 2023 (cao 2022-2023). Eerder was FNV wel partij bij de cao’s. FNV vordert bij wijze van voorlopige voorziening (i) WTG te veroordelen om FNV onvoorwaardelijk (vanaf de start van de onderhandelingen) toe te laten tot alle onderhandelingen met betrekking tot de cao Technische Groothandel (nieuwe cao, eventuele tussentijdse wijzigingen, verlengingen en andere arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen, inclusief de fonds-cao) en (ii) WTG te veroordelen om FNV tijdig schriftelijk te informeren over de data van de cao-onderhandelingen en afschriften te versturen van alle daarop betrekking hebbende correspondentie (zoals – maar niet uitstuitend – de agenda, de voorstellenbrief en het tijdspad). WTG handelt onrechtmatig jegens FNV door haar uit te sluiten van de onderhandelingen voor de cao Technische Groothandel, die op 8 juli 2025 van start gaan. Volgens WTG ontbreekt het FNV aan een spoedeisend belang. FNV heeft er eerder namelijk bewust voor gekozen om geen partij te zijn bij de huidige cao, en FNV wist al op 28 mei 2025 dat zij niet zou worden toegelaten tot de onderhandelingen voor de komende cao. Verder voert WTG aan dat zij zwaarwegende belangen heeft om FNV van het overleg uit te sluiten.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft FNV een spoedeisend belang. Dat FNV eerder heeft gekozen om weg te lopen bij de onderhandelingen over de huidige cao - wat FNV overigens betwist - en dat FNV al op 28 mei 2025 wist dat zij niet zou worden toegelaten tot de cao-onderhandelingen, zoals WTG stelt, doet hieraan niets af. Bij de beoordeling van dit geschil neemt de kantonrechter tot uitgangspunt dat het in het algemeen aan contractspartijen zelf is om te bepalen of zij een ander tot hun collectievearbeidsvoorwaardenoverleg toelaten. De contractsvrijheid wordt evenwel beperkt door het in internationale verdragen erkende recht van vakbonden op collectieve onderhandelingen in die zin dat een (in absolute en relatieve zin) representatieve vakbond in beginsel recht heeft op toelating tot (lopende) cao-onderhandelingen over een nieuwe cao (dan wel over aanpassing van een cao waarbij die vakbond partij is geweest). De kantonrechter is met FNV van oordeel dat FNV representatief is en dat FNV als (meest) representatieve vakbond belang heeft bij toelating tot de cao-onderhandelingen. De kantonrechter is van oordeel dat de door WTG genoemde omstandigheden dat (i) FNV niet betrokken is bij eerdere cao onderhandelingen, (ii) het vertrouwen ontbreekt en (iii) de destructieve verhouding van FNV in hun onderlinge samenhang beschouwd, niet dusdanig zwaarwegend zijn dat deze zich tegen toelating van FNV tot de cao-onderhandelingen verzetten. De conclusie is dat voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat WTG jegens FNV onrechtmatig handelt in de zin van artikel 6:162 BW door haar de toegang tot de onderhandelingen over de nieuwe cao te weigeren.
