Naar boven ↑

Rechtspraak

Stipt Polish Point Shop B.V./werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 14 augustus 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:5015
Werknemer berust in ontslag op staande voet vanwege diefstal handelsvoorraad. Gefixeerde schadevergoeding toegewezen, schade aan aansprakelijkheid werknemer vastgesteld.

Feiten

Werknemer is per 6 mei 2024 in dienst getreden bij Stipt Polish Point Shop B.V. (hierna: Stips) in de functie van medewerker webshop. Op 16 augustus 2024 is werknemer op staande voet ontslagen vanwege diefstal dan wel verduistering. Bij verzoekschrift van 26 augustus 2024 heeft Stipt de voorzieningenrechter verzocht om haar vordering op werknemer inclusief rente en kosten te begroten op € 10.000, en om ten laste van werknemer conservatoir derdenbeslagen te mogen leggen en op de in eigendom aan werknemer toebehorende auto. Bij beschikking van 27 augustus 2024 is het verlof verleend, met begroting van de vordering zoals door Stipt verzocht. Stipt heeft vervolgens op 27 augustus conservatoire beslagen gelegd. Stipt vordert veroordeling van werknemer tot betaling van € 8.970,82, vermeerderd met rente en kosten. Werknemer voert verweer. Werknemer heeft berust in het ontslag op staande voet en erkent dat hij de goederen heeft ontvreemd. Ook de hoogte van het bedrag dat hij aan goederen zou hebben weggenomen betwist werknemer niet. Werknemer voert echter aan dat hij moeite heeft met de gevorderde gefixeerde schadevergoeding, omdat hij betwijfelt of daar voldoende grondslag voor is.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Stipt heeft werknemer op 16 augustus 2024 op staande voet ontslagen wegens het ontvreemden van handelsvoorraad. Werknemer heeft dat erkend en in het ontslag berust. Stipt stelt dat werknemer de dringende reden door opzet of schuld aan haar heeft gegeven en maakt daarom aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding. Werknemer vraagt zich af of er wel voldoende grondslag is voor zo’n vordering. Naar het oordeel van de kantonrechter is er ten minste sprake van schuld bij werknemer. Hij heeft immers verwijtbaar gehandeld door handelsvoorraad van Stipt te ontvreemden. Dat betekent dat Stipt aanspraak heeft op de gefixeerde schadevergoeding. Er wordt een gefixeerde schadevergoeding op basis van een opzegtermijn van één maand toegewezen. Stipt vordert vergoeding van schade als gevolg van het wegnemen van de goederen van in totaal € 1,175. Werknemer erkent dat hij de goederen heeft weggenomen en betwist ook niet dat deze goederen een waarde van € 1.175 vertegenwoordigen. De gevorderde schade is daarom toewijsbaar. Stipt vordert ook betaling van in totaal een bedrag van € 3.295,82 aan kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW. Stipt legt aan die vordering ten grondslag dat werknemer onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door goederen uit het magazijn te ontvreemden. Volgens Stipt moeten de kosten die zij in verband hiermee heeft moeten maken, te weten de advocaatkosten, kosten van jurist, beslagkosten, deurwaarderskosten en overige juridische kosten voor rekening van werknemer komen. Een afdoende specificatie van die kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid geeft Stipt niet. Dat Stipt zoveel kosten heeft moeten maken voor de vaststelling van schade en aansprakelijkheid is ook nauwelijks voorstelbaar. De aansprakelijkheid en schade zijn eenvoudig vast te stellen. Werknemer erkent immers dat hij handelsvoorraad van Stipt heeft ontvreemd, hij erkent ook aansprakelijkheid daarvoor, terwijl de schade een gemakkelijke optelsom is van de inkoopwaarde van de ontvreemde handelsvoorraad. Ook die schade is door werknemer erkend. Het lijkt erop dat Stipt langs een omweg de werkelijke proceskosten vergoed wil krijgen, maar voor vergoeding daarvan, als uitzondering op de limitatieve en exclusieve regeling voor de proceskosten in de artikelen 237 tot en met 240 Rv, bestaat alleen aanleiding onder buitengewone omstandigheden. Dat daarvan sprake is, is gesteld noch gebleken. Deze vordering zal dus worden afgewezen. De beslagkosten komen deels voor rekening van werknemer. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.