Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 19 november 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6163
Feiten
Legalitas B.V. (hierna: Legalitas) heeft de arbeidsovereenkomst met werkneemster niet voortgezet nadat deze was afgelopen. Werkneemster verwijt Legalitas ernstig verwijtbaar handelen. In een niet gepubliceerde tussenbeschikking is al e.e.a. overwogen. Werkneemster is in de tussenbeschikking in de gelegenheid gesteld een geluidsopname in het geding te brengen. Thans ligt nog de vraag ter beoordeling voor of Legalitas ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, of zij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag, althans ongewenst gedrag op de werkvloer en of zij op die grond een billijke vergoeding aan werkneemster is verschuldigd. Werkneemster neemt het standpunt in dat Legalitas zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Legalitas was verder niet voornemens om een mediationtraject te starten om de arbeidsgerelateerde problematiek op te lossen en heeft het dienstverband laten doodbloeden. Door de weigering om de arbeidsgerelateerde problematiek op te lossen kon werkneemster niet re-integreren. Dit gedrag van Legalitas is volgens werkneemster ernstig verwijtbaar. Legalitas betwist dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag en dat zij de arbeidsovereenkomst heeft laten doodbloeden. Legalitas betwist verder dat zij een verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in het vooruitzicht zou hebben gesteld.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het is komen vast te staan dat Legalitas de grenzen van betamelijk gedrag jegens werkneemster heeft overtreden, welk gedrag als grensoverschrijdend dient te worden gekwalificeerd. Bij de beoordeling neemt de kantonrechter in aanmerking dat werkneemster vanuit een kwetsbare positie vanuit een Wajong-uitkering is gestart en dat de baan bij Legalitas haar eerste baan was na 8 jaar ‘arbeidsongeschiktheid’. Voor zover Legalitas heeft bedoeld aan te voeren dat de heimelijke opname van het gesprek van 25 februari 2025 onrechtmatig is en buiten beschouwing dient te worden gelaten is de kantonrechter van oordeel dat juist in dit geval de opname van het gesprek is te billijken, ook al is dit heimelijk gebeurd, omdat dit bij beschuldigingen omtrent grensoverschrijdend gedrag veelal het enige middel is om de erkenning van dit gedrag aan te tonen. Uit ingebrachte verklaringen volgt dat op het kantoor van Legalitas sprake was van een ongezonde werksfeer, wat Legalitas zich mag aanrekenen. Zo volgt uit opnames en verklaringen bijvoorbeeld dat een collega werkneemster “sexy” en “beeldschoon” noemde. De situatie waardoor werkneemster ziek is geworden is het gevolg van verwijtbaar onvoldoende zorg van Legalitas voor de arbeidsomstandigheden. Daarvan valt Legalitas een ernstig verwijt te maken. Vervolgens heeft Legalitas er niet alles aan gedaan om van de re-integratie een succes te maken. De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 7.000 bruto (ruim drie maandsalarissen inclusief vakantiegeld). Daarbij is het volgende in aanmerking genomen. Gezien de positieve bewoordingen van de leidinggevende over werkneemster lag het in de lijn der verwachting dat de arbeidsovereenkomst zou worden voortgezet, maar dan ook weer voor bepaalde tijd. Werkneemster loopt daardoor inkomen mis. Daarnaast houdt de kantonrechter er rekening mee dat het dienstverband feitelijk nog geen twee maanden heeft geduurd. Verder is niet onaannemelijk dat werkneemster binnen afzienbare tijd weer aan het werk zal gaan bij een andere werkgever. De bedrijfsarts heeft al op 16 april 2025 geoordeeld dat werkneemster weer hersteld is en belast kan worden voor het eigen werk, maar alleen het arbeidsconflict moest nog worden opgelost. De kantonrechter meent dat werkneemster met de toe te kennen billijke vergoeding in voldoende mate wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen van Legalitas. De verzochte immateriële schadevergoeding van € 25.000 wordt afgewezen. Legalitas wordt in de proceskosten veroordeeld.
