Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 21 november 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:13524
Werkgever verzoekt toekenning van gefixeerde schadevergoeding. Kantonrechter wijst het verzoek toe omdat geen sprake is van een dringende reden die maakt dat de werknemer de arbeidsovereenkomst voor afloop van de vaste duur kon beƫindigen.

Feiten

Werknemer is sinds 23 januari 2025 bij werkgeefster werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 22 januari 2026 tegen een loon van € 3.200 bruto per maand exclusief emolumenten. In de arbeidsovereenkomst is een tussentijds opzegbeding opgenomen en werknemer vervult de functie van souschef. Op 28 februari 2025 heeft werknemer meegedeeld dat hij wil opzeggen, waarna werkgeefster een nieuw contract met hoger loon en zonder tussentijds opzegbeding heeft aangeboden. Werknemer accepteert dit aanbod en de nieuwe overeenkomst treedt per 1 april 2025 in werking. Op 26 juni 2025 zegt werknemer de overeenkomst op met ingang van 1 augustus 2025, waarbij hij vraagt of hij zijn resterende vakantiedagen vanaf 21 juli 2025 op kan nemen vanwege gezondheids- en veiligheidsredenen. Werkgeefster stelt dat de overeenkomst loopt tot januari 2026 en onderzoekt mogelijke opties, waarna partijen op 7 juli 2025 overleg voeren. Werkgeefster biedt een regeling aan waarin zij afziet van schadevergoeding als werknemer blijft werken tot 31 juli en afziet van vakantiedagen, wat werknemer afwijst. Op 8 juli 2025 beëindigt werknemer de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang wegens gezondheids- en veiligheidsproblemen.

Werkgeefster verzoekt de kantonrechter werknemer te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 22.703,26 bruto, buitengerechtelijke incassokosten van € 1.002,03, alsmede de wettelijke rente en proceskosten, omdat de opzegging plaatsvond zonder dringende reden. Werknemer voert verweer en stelt dat hij een dringende reden had en verzoekt om betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 22.703,26 bruto, billijkheidshalve te verhogen, een transitievergoeding van € 530,50 bruto, achterstallig loon van € 1.033,84 bruto plus wettelijke verhoging en € 1.772,30 bruto voor niet-uitbetaalde vakantiedagen, evenals verstrekking van loonstroken en een jaaropgaaf en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 1.028,04. Werknemer stelt dat werkgeefster hem door ernstig verwijtbaar handelen een dringende reden heeft gegeven om met onmiddellijke ingang op te zeggen, onder meer door het nalaten om adequate veiligheidsmaatregelen te treffen.

Oordeel

De kantonrechter behandelt verzoek en tegenverzoek gezamenlijk en stelt vast dat het tegenverzoek van werknemer tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend. De overige onderdelen, waaronder de transitievergoeding, zijn wel ontvankelijk. Het verweer dat het schrappen van het tussentijds opzegbeding niet rechtsgeldig is, wordt verworpen. Ontslag op staande voet is slechts rechtsgeldig bij een dringende reden, onmiddellijke opzegging en onverwijlde mededeling daarvan. Werknemer stelt dat er onveilige werkomstandigheden zijn, zoals onafgebroken alleen werken, valse rapportages, verlopen producten en “om niet” werken, maar de kantonrechter oordeelt dat werkgever werkoverleggen heeft ingevoerd, dat werknemer volgens een rooster werkte en dat er onvoldoende bewijs is dat hij zich onder druk gezet voelde. De klachten over overuren en hygiëne vormen geen dringende reden. Misverstanden over rechten en plichten en cultuurverschillen lijken bijgedragen te hebben aan het ontslag.

Omdat er geen dringende reden is, kan werkgeefster aanspraak maken op een gefixeerde schadevergoeding. Gezien de omstandigheden, zoals contractuele verwarring en cultuurverschillen, wordt de vergoeding gematigd tot één maandloon van € 3.200. Na verrekening van uitstaand loon en opgebouwde vakantiedagen resteert € 393,86 dat werknemer aan werkgeefster moet betalen. De buitengerechtelijke kosten worden toegekend tot € 59,08, de rente daarover wordt afgewezen.