Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 8 oktober 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:6793
Werknemer is eerst geschorst en vervolgens op staande voet ontslagen wegens belemmering van het onderzoek, gegevensvernietiging, schending geheimhoudingsplicht en ernstige vertrouwensbreuk. Dringende reden ontbreekt.

Feiten

Werknemer is sinds 1 november 2024 voor onbepaalde tijd in dienst bij werkgeefster in de functie van planner/sales/personeel & organisatie. Op 25 maart 2025 wordt werknemer na een gesprek geschorst. Bij brief van 26 maart 2025 ontslaat werkgeefster werknemer op staande voet. Aan het ontslag legt werkgeefster ten grondslag dat werknemer het schorsingsonderzoek heeft belemmerd, bedrijfsgevoelige informatie heeft gewist, het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en dat er sprake is van een ernstige vertrouwensbreuk. Werknemer verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet ongeldig te verklaren en werkgeefster te veroordelen tot betaling van achterstallig loon over maart 2025, reiskosten, overuren, eindejaarsuitkering, vakantiegeld en uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen, alles vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente. Daarnaast verzoekt werknemer toekenning van een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging, betaling van de transitievergoeding en veroordeling van werkgeefster in de proceskosten.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Werkgeefster heeft onvoldoende onderbouwd dat werknemer het schorsingsonderzoek heeft belemmerd, nu niet is gebleken dat zij werknemer om inloggegevens heeft verzocht of hem een redelijke termijn heeft gegund. Evenmin staat vast dat werknemer bedrijfsgegevens heeft gewist of klantmappen heeft weggenomen, omdat werkgeefster dit niet concreet heeft onderbouwd of nader onderzoek heeft verricht. Ook de gestelde schending van het geheimhoudingsbeding en de ernstige vertrouwensbreuk zijn onvoldoende concreet en niet onverwijld meegedeeld.

Nu er geen sprake is van een dringende reden, is het ontslag op staande voet ongeldig en aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster. De kantonrechter kent werknemer een billijke vergoeding toe van € 14.369,01 bruto. Dit bedrag is gelijk aan drie maandsalarissen en de kantonrechter acht dit, gelet op de omstandigheden en mede omdat werknemer inmiddels een andere baan heeft gevonden, billijk. Daarnaast kent hij een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding toe. Tot slot worden de vorderingen tot betaling van loon en overige emolumenten toegewezen, vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente. Werkgeefster wordt veroordeeld in de proceskosten.