Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Service Appartementen Oranjewoud/ werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 18 november 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:7391
Werknemer heeft recht op indexering van zijn pensioen met 8,86% per 1 januari 2023.

Feiten

Bij indiensttreding van werknemer bij Oranjewoud is een pensioenregeling getroffen die is ondergebracht bij Avéro Achmea. In 2009 is het pensioenreglement met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 in die zin gewijzigd dat de voorgeschreven koppeling met de indexatie door PFZW is losgelaten en vervangen door de bepaling dat Oranjewoud streeft naar die indexatie en dat Oranjewoud jaarlijks beslist in hoeverre de pensioenen worden aangepast. Werknemer heeft niet met deze wijziging ingestemd. In een in kracht van gewijsde gegaan vonnis uit 2017 is voor recht verklaard dat werknemer (en na zijn overlijden diens echtgenote) aanspraak houdt op jaarlijkse indexering die minimaal gelijk is aan het percentage dat PFZW hanteert, tot het moment waarop de indexatieregeling in andere zin rechtsgeldig zal zijn gewijzigd. Per 1 januari 2023 is het pensioen van werknemer niet verhoogd met de 8,86% waarmee PFZW de pensioenen verhoogde. Avéro Achmea heeft Oranjewoud in februari 2023 bericht dat zij voor die verhoging ten behoeve van gewezen deelnemers en gepensioneerden een koopsom in rekening zou brengen van € 184.453,93. Oranjewoud stelt zich op het standpunt dat haar financiële situatie dergelijke kosten niet toelaat en heeft die koopsom niet betaald. Werknemer heeft bij de kantonrechter gevorderd voor recht te verklaren dat hij aanspraak heeft op jaarlijkse indexering van zijn ouderdomspensioen, en zijn echtgenote na zijn overlijden van haar nabestaandenpensioen, aan de hand van de door PFZW gehanteerde indexatiepercentages zoals overeengekomen. Verder wilde hij een verklaring voor recht dat hij per 1 januari 2023 aanspraak heeft op indexering met 8,86% en veroordeling van Oranjewoud tot nabetaling. De kantonrechter heeft deze vorderingen toegewezen en de veroordeling van Oranjewoud tot betaling aangevuld met het bedrag wegens indexatie per 1 januari 2024. De bedoeling van het hoger beroep van Oranjewoud is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen of aangepast en dat werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van wat ten onrechte op basis van het eindvonnis is betaald.

Oordeel

Het hof kan op basis van de uitvoeringsovereenkomst tussen Oranjewoud en Avéro Achmea niet vaststellen dat andere gepensioneerden en gewezen deelnemers in juridisch dezelfde positie zitten als werknemer. Oranjewoud stelt zelf dat zij niet alleen werknemer over het per 1 januari 2018 in dezelfde zin gewijzigde pensioenreglement heeft geïnformeerd, maar ook de andere oud-werknemers. Onduidelijk is of deze personen, die niet zijn betrokken in de huidige procedure, deze of eerdere wijzigingen hebben geaccepteerd. Maar duidelijk is wel dat werknemer dat niet heeft gedaan. Zijn pensioentoezegging is immers niet gewijzigd, zoals in het vonnis van 2017 is bepaald. Hiervoor is ook al overwogen dat Oranjewoud zich in deze procedure niet kan beroepen op aanvaarding door werknemer van de latere wijziging. Verder beroept Oranjewoud zich op de afspraak die na het eindvonnis, waarvan beroep, met Avéro Achmea is gemaakt en die inhoudt dat de pensioenuitvoerder als tijdelijke oplossing alleen het pensioen van werknemer verhoogt maar bij bekrachtiging van dat vonnis de volledige koopsom (voor alle oud-werknemers waarom het dan gaat) zal eisen. Het hof ziet niet in waarom die nadere, recente afspraak meebrengt dat -ten nadele van werknemer - voor de omvang van de pensioenaanspraken sprake is van gelijke gevallen die gelijke behandeling vereisen. De kantonrechter heeft daarom volgens het hof terecht overwogen dat werknemer in dit geschil tussen partijen een solitaire positie heeft. Het beroep op betalingsonmacht als reden voor afwijzing wordt dus beoordeeld aan de hand van alleen de voor werknemer te maken kosten. Het beroep op betalingsonmacht stuit bovendien af op dezelfde reden die ook in de weg staat aan subsidiair gedane beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW in dit geval, waar het alleen om werknemer gaat. Oranjewoud is in staat geweest het daarvoor door Avéro Achmea geëiste bedrag inmiddels te betalen, zoals Oranjewoud erkent. De gevorderde verklaring voor recht die erop neerkomt dat werknemer recht heeft op indexering van zijn pensioen met 8,86% per 1 januari 2023, zoals in het dictum van de kantonrechter onder 3.2 is opgenomen, is dan ook terecht toegewezen.