Rechtspraak
Feiten
Met ingang van 16 mei 2004 is werknemer in dienst getreden bij de werkgever in de functie van koster. Partijen hebben op 11 mei 2006 een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten voor 38 uur per week. Het laatstgenoten brutoloon bedroeg € 3.778,58 exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. Werknemer is aangesloten bij de vakbond Christennetwerk GMV (hierna CGMV). Werkgever is aangesloten bij het Steunpunt KerkenWerk (hierna SKW). CGMV en SKW hebben namens hun leden gezamenlijk de Arbeidsvoorwaardenregeling Kosters (hierna AVRK) gesloten, met daarin een toeslagregeling (artikel 17). De arbeidsovereenkomst is met wederzijds goedvinden op 31 augustus 2025 geëindigd. Werknemer vordert achterstallige toeslag en een vergoeding voor gemiste pensioenopbouw. Werknemer stelt dat hij vanaf de aanvang van de arbeidsovereenkomst op onregelmatige en onaangename uren heeft gewerkt, zonder dat hij daarvoor op grond van artikel 17 AVRK gecompenseerd is. In verband met de verjaringstermijn van vijf jaar vordert hij de achterstallige toeslag voor de afgelopen vijf jaar van € 57.556,61 bruto. Volgens werkgever is de AVRK niet op de arbeidsovereenkomst van toepassing en, voor zover de AVRK wel van toepassing zou zijn, is het onduidelijk hoe artikel 17 AVRK precies moet worden uitgelegd. Voorts heeft werknemer volgens de AVRK niet op onregelmatige of onaangename uren gewerkt en is hij al gecompenseerd voor eventuele onregelmatige of onaangename uren omdat werkgever het werknemersdeel van de pensioenafdracht betaalde en vanaf augustus 2022 een hoger loon aan werknemer heeft betaald.
Oordeel
Is de arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing?
De kantonrechter is van oordeel dat de AVRK van toepassing is. Wat partijen in de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen is niet alleen afhankelijk van de inhoud van de tekst van de arbeidsovereenkomst, maar ook van wat partijen hebben verklaard en over en weer in de gegeven omstandigheden uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Partijen zijn beiden lid van SKW en CGMV. In de AVRK 2025 is de bedoeling van de regeling dat leden zich door hun lidmaatschap conformeren aan de inhoud daarvan en de regeling onverkort toepassen. Dit is expliciet in de preambule opgenomen. Gelet op de omstandigheden heeft werkgever bij werknemer door de verwijzing naar de AVRK in de arbeidsovereenkomst het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat de AVRK van toepassing was. Anders dan werkgever aanvoert, was de toepasselijkheid van de AVRK niet alleen beperkt tot de functieomschrijving. Naar het oordeel van de kantonrechter hoefde werknemer dat niet zo te begrijpen.
Hoe moet artikel 17 worden uitgelegd?
De kantonrechter overweegt dat artikel 17 AVRK uitgelegd moet worden aan de hand van de cao-norm. Partijen zijn het erover eens dat het werken op onregelmatige en onaangename uren inherent is aan het werk van koster. De kantonrechter oordeelt dat uit de tekst van artikel 17 AVRK, gelezen in het licht van de preambule, volgt dat de toeslagregeling van artikel 17 AVRK op nagenoeg alle kosters van toepassing is. Uit de preambule volgt verder dat er snel aanspraak gemaakt kan worden op de toeslag om de lagere lonen van de AVRK te compenseren. Werknemer heeft in dit kader onbetwist gesteld dat dit ook de bedoeling van de eerdere versies van de AVRK was. De kantonrechter volgt werkgever niet in zijn stelling dat hij werknemer al gecompenseerd heeft voor de onregelmatige en onaangename uren door vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst het werknemersdeel van de pensioenpremie te betalen en door hem vanaf augustus 2022 een loonsverhoging te geven. Werknemer heeft recht op betaling van de toeslag op grond van artikel 17 AVRK over de periode vanaf maart 2020 tot en met het einde van de arbeidsovereenkomst in augustus 2025. Uit artikel 17a AVRK volgt dat de toeslag deel uitmaakt van het brutoloon, wat betekent dat werkgever ook de pensioenopbouw over de toeslag moet betalen.
