Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/h.o.d.n.
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 25 november 2025
ECLI:NL:RBOVE:2025:6980
Ontslag op staande voet schilder houdt geen stand. Geen dringende reden.

Feiten

Werknemer, geboren in 2003, is op 6 februari 2023 bij werkgever begonnen via een uitzendovereenkomst en is per 26 augustus 2024 in vaste dienst getreden als schilder. Hij heeft in maart 2023 zijn mbo-2-diploma schilder behaald. Partijen hebben geen schriftelijke arbeidsovereenkomst opgesteld. Gedurende het dienstverband heeft werkgever meerdere klachten ontvangen over het gedrag en functioneren van werknemer. In september, oktober en december 2023 en opnieuw in 2024 is werknemer daarop mondeling aangesproken. Voorbeelden van incidenten waren onder meer het niet dragen van werkschoenen, te laat komen, het niet verschijnen op afspraken, het rijden op een scooter zonder rijbewijs waaronder tijdens een bedrijfsbarbecue na het nuttigen van alcohol en een joint. Op 28 mei 2025 is werknemer niet op het werk verschenen, terwijl hij om 06:00 uur had moeten beginnen. Werkgever heeft hem diezelfde dag per brief op staande voet ontslagen, onder vermelding dat werknemer afspraken niet nakwam en zonder bericht wegbleef. De ontslagbrief is op 2 juni 2025 via WhatsApp aan werknemer gestuurd. Werknemer heeft vervolgens via zijn gemachtigde de werkgever aangeschreven voor onder meer loonstroken, de arbeidsovereenkomst en betaling van de transitievergoeding. Werkgever heeft daarop gereageerd dat de arbeidsovereenkomst nooit schriftelijk is vastgelegd en heeft nadere redenen voor het ontslag gegeven, die niet in de ontslagbrief waren vermeld. Werknemer berust in het ontslag, maar stelt dat geen dringende reden bestond en dat hij te laag is ingeschaald volgens de toepasselijke cao, omdat hij als gediplomeerd schilder in functiegroep Schilder 1 valt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Dringende reden voor ontslag op staande voet
Het ontslag op staande voet houdt geen stand. De opzegging is met terugwerkende kracht gedaan, wat wettelijk niet is toegestaan. Daarnaast levert één keer niet verschijnen op het werk zonder duidelijke voorafgaande schriftelijke waarschuwing geen dringende reden op. Ook andere door de werkgever genoemde gedragingen kunnen niet worden meegenomen, omdat deze niet in de ontslagbrief stonden.

Vergoedingen
Omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd, is hij de transitievergoeding verschuldigd. De gevorderde € 2.450,45 wordt toegewezen, met wettelijke rente vanaf één maand na einde dienstverband.  De werkgever heeft opgezegd zonder de opzegtermijn in acht te nemen. Daarom wordt de gefixeerde schadevergoeding van € 3.492,50 toegewezen, met wettelijke rente. Het ontslag is in strijd met de wettelijke regels en daarmee ernstig verwijtbaar. De gevorderde billijke vergoeding van € 3.067,74 bruto wordt redelijk geacht en toegewezen, met wettelijke rente vanaf twee weken na de uitspraak. Werknemer had moeten worden ingeschaald in functiegroep 2 van de cao. Omdat werkgever dit naliet, is achterstallig loon verschuldigd. De vordering van € 5.349,73 bruto wordt toegewezen, vermeerderd met 10% wettelijke verhoging en wettelijke rente.