Naar boven ↑

Rechtspraak

Stork Nederland B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 29 april 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:4921
Afwijzing ontbindingsverzoek werkgever. Ontbindingsverzoek werknemer wordt toegewezen, omdat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door ondanks de handreiking van werknemer het gesprek niet aan te gaan en enkel te willen overgaan tot beƫindiging.

Feiten

Werknemer is in februari benaderd voor de functie van salesmanager bij Stork Nederland B.V. (hierna: ‘Stork’). Tijdens de sollicitatiegesprekken zijn ook het curriculum vitae en de LinkedIn-pagina van werknemer besproken, alsook het zeilnetwerkevenement, waarvan werknemer medeorganisator is. Werknemer is sinds 1 juni 2022 op basis van een arbeidsovereenkomst bij Stork in dienst getreden. Uit hoofde van zijn functie als salesmanager houdt werknemer zich onder meer bezig met het onderhouden van bestaande relaties van Stork en het leggen van contacten met potentiële relaties voor de werving van nieuwe opdrachten voor Stork. Op grond van artikel 6.4 van de arbeidsovereenkomst is belangenverstrengeling en het verrichten van conflicterende nevenwerkzaamheden niet toegestaan. Werknemer heeft op 19 oktober 2022 per mail bij zijn leidinggevende aangegeven dat hij via zijn VOF een zeilnetwerkevenement organiseert. In zijn e-mail geeft werknemer aan dat hij medewerkers en klanten van Stork wilde meenemen en heeft gevraagd of de kosten van deelname bij Stork in rekening mochten worden gebracht. De leidinggevende heeft hierop akkoord gegeven. Op 14 oktober 2024 is er bij Stork een melding gedaan met betrekking tot het niet naleven van de gedragsregels door werknemer. In deze procedure verzoekt Stork ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond vanwege overtreding van artikel 6.4 van de arbeidsovereenkomst. De belangenverstrengeling zou gelegen zijn in het feit dat werknemer het zeilnetwerkevenement organiseert vanuit een eigen onderneming, een medewerkster van Stork als gastvrouw heeft ingeschakeld, het nummer van zijn Storktelefoon gebruikt voor zijn eigen activiteiten en dat werknemer heeft gefactureerd via een tussenleverancier van Stork.

Oordeel

Ontbindingsverzoek werkgever

De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij de beoordeling of werknemer (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld draait het om de vraag of werknemer Stork voldoende heeft geïnformeerd over zijn betrokkenheid bij het zeilnetwerkevenement. Daarbij gaat het erom of Stork op basis van de verstrekte informatie in staat was te bepalen of er sprake was van een (mogelijk) belangenconflict. De kantonrechter stelt hierbij voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat voor Stork van aanvang af bekend was dat werknemer medeorganisator was van het zeilnetwerkevenement. Het feit dat werknemer nauw betrokken was bij het zeilnetwerkevenement deed bij Stork op dat moment geen vragen rijzen over een mogelijk belangenconflict. Uit de e-mail van werknemer van 19 oktober 2022 blijkt naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk dat de organisatie en uitvoering van het evenement in handen van werknemer is. Werknemer hoefde op dat moment niet te begrijpen dat hij meer informatie diende te verstrekken, nu in de sollicitatiegesprekken al aan de orde was gekomen dat hij het zeilnetwerkevenement mede organiseerde en hij in de e-mail duidelijk had vermeld dat hij het organiseerde via zijn VOF. Het had op dat moment op de weg van Stork gelegen om bij onduidelijkheid nadere informatie op te vragen. De conclusie is dat werknemer Stork voldoende heeft geïnformeerd over zijn aandeel in het zeilnetwerkevenement en Stork voldoende mogelijkheden had om deze relatie te beoordelen en te beslissen of zij hiervoor toestemming wilde geven. Dat werknemer zijn rol binnen het zeilnetwerkevenement heeft willen verhullen zoals Stork stelt, en dat daarmee de integriteit en betrouwbaarheid van werknemer in het geding is, is naar het oordeel van de kantonrechter niet komen vast te staan. Van verwijtbaar handelen op dit punt is dan ook niet gebleken. Het verzoek van Stork tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst (ook op de g-grond en de i-grond) is niet voor toewijzing vatbaar.

Ontbindingsverzoek werknemer

Ook werknemer verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aan dit ontbindingsverzoek heeft werknemer ten grondslag gelegen dat voortzetting van de arbeidsrelatie door de opstelling van Stork feitelijk onmogelijk is geworden. De kantonrechter volgt werknemer hierin. Stork heeft de zaak direct en onnodig op de spits gedreven. Zonder nader gesprek heeft Stork enkel op basis van de schriftelijke toelichting/uitleg van werknemer gemeend niet verder te kunnen met werknemer, terwijl werknemer graag in gesprek wilde gaan. Daarbij heeft Stork werknemer ook direct vrijgesteld van werkzaamheden. Niet alleen werpt zo’n vrijstelling een bepaalde schaduw vooruit, maar ook is niet gebleken dat Stork voor deze vrijstelling een redelijke en voldoende zwaarwegende grond had. Stork heeft ondanks de handreiking van werknemer het gesprek niet aan willen gaan en enkel willen overgaan tot beëindiging, terwijl hiervoor geen voldragen ontslaggrond was. Hiermee heeft Stork het onmogelijk gemaakt voor werknemer om terug te keren. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden en aangezien er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen wordt aan werknemer een billijke vergoeding van € 30.000 toegekend.