Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 18 november 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:2398
Feiten
Werkneemster is met ingang van 1 augustus 2020 als lerares in dienst getreden van de Islamitische Stichting Nederland voor Onderwijs en Opvoeding-ISNO, Yunus Emre Den Haag (hierna: Yunus Emre). Het dienstverband is aangegaan voor de duur van een jaar. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Primair onderwijs (hierna: cao PO) van toepassing. De arbeidsovereenkomst is per 1 augustus 2021 voor de duur van een jaar verlengd. Op 17 mei 2022 heeft Yunus Emre werkneemster vervolgens bericht dat zij haar arbeidsovereenkomst graag opnieuw met een jaar wil voortzetten. Op enig moment heeft overleg tussen partijen plaatsgevonden en is op verzoek van werkneemster de omvang van haar dienstverband per 1 april 2023 teruggebracht van vijf naar drie werkdagen. Op 26 mei 2023 heeft Yunus Emre werkneemster bericht dat haar arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Werkneemster stelt in onderhavige procedure met een beroep op de cao PO dat zij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft en dat haar arbeidsovereenkomst na 1 augustus 2023 doorloopt. Verder stelt werkneemster zich op het standpunt dat Yunus Emre ten onrechte haar arbeidsduur heeft teruggebracht en dat zij haar had moeten informeren over het feit dat zij zich ook gedeeltelijk ziek had kunnen melden. Zij doet hiervoor een beroep op dwaling en vordert achterstallig salaris. Yunus Emre stelt daarentegen dat werkneemster werkzaam is geweest op basis van drie achtereenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en dat het dienstverband is geëindigd per 1 augustus 2023. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werkneemster werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ook heeft de kantonrechter het dienstverband op verzoek van werkneemster ontbonden en haar een billijke vergoeding toegekend. Het beroep op dwaling van werkneemster heeft de kantonrechter afgewezen. Om die reden is werkneemster in hoger beroep gegaan. Yunus Emre is in incidenteel hoger beroep gekomen, omdat zij het niet eens met het oordeel van de kantonrechter dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Oordeel
Het hof oordeelt in het incidentele beroep als volgt. Allereerst dient het hof te beoordelen of tussen Yunes Emre en werkneemster een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Hiervoor is artikel 3.1.2 van de cao PO relevant. In dit artikel staat namelijk dat bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst die niet van kennelijk tijdelijke aard is, eenmaal een arbeidsovereenkomst voor ten hoogste 12 maanden kan worden aangegaan met het uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Alleen in zeer bijzondere gevallen kan nogmaals een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden aangegaan. Het hof oordeelt vooralsnog dat op grond van artikel 3.1.2 cao PO op 1 augustus 2020 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met het uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen. Daarvoor is redengevend dat Yunus Emre onvoldoende heeft betwist dat werkneemster niet is medegedeeld dat zij is aangenomen voor het verrichten van werkzaamheden van kennelijk tijdelijke aard, er niet uit de arbeidsovereenkomsten blijkt dat werkneemster kennis had van het tijdelijke karakter van haar aanstelling en werkneemster een schriftelijke verklaring van de voormalig directeur-bestuurder heeft ingediend waaruit blijkt dat met werkneemster een arbeidsovereenkomst voor een jaar met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan. Omdat Yunus Emre nog heeft aangevoerd dat werkneemster wel werkzaam was ter voorziening in vacatures van tijdelijke aard, zal het hof Yunus Emre op dit punt toelaten tot tegenbewijs. In principaal beroep oordeelt het hof dat het beroep op dwaling van werkneemster niet slaagt. Op werkneemster rust namelijk de bewijslast van haar stelling dat Yunus Emre op de hoogte was van haar migraineprobleem én van het feit dat zij in verband daarmee minder wilde werken. Werkneemster heeft daarentegen geen bewijs aangeboden dat voldoet aan de eisen die daaraan in hoger beroep gesteld mogen worden. Het feit dat werkneemster 18 ziekmeldingen heeft gedaan, betekent nog niet dat Yunus Emre ervan op de hoogte was dat werkneemster arbeidstijdvermindering wenste in verband met migraine of veelvuldige ziekte. De conclusie is dan ook dat het hof Yunus Emre toelaat tot het leveren van tegenbewijs en iedere verdere beslissing aanhoudt.
