Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 31 oktober 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6068
Toewijzing verzoek werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding.

Feiten

Werknemer is sinds 1 december 2021 in dienst bij werkgever in de functie van [functie], tegen een salaris van € 8.444,95 bruto per maand. In 2022 is zijn functioneren beoordeeld als Successful Year en in 2023 als Improvement Needed. Naar aanleiding van de beoordeling over 2023 heeft werkgever eind 2023 een verbetertraject gestart. Het verbeterplan is in januari 2024 vastgesteld. Gedurende 2024 hebben gesprekken en evaluaties plaatsgevonden. Werknemer heeft meerdere keren te kennen gegeven dat hij het verbetertraject als onterecht en oneerlijk beschouwt en heeft dit onder meer aangemerkt als een “sham”. In januari 2025 heeft werknemer aangegeven dat hij zich niet langer op het verbeterplan wil richten en bereid is te spreken over beëindiging van het dienstverband. Partijen hebben onderhandeld over een vaststellingsovereenkomst en werkgever heeft mediation voorgesteld. De mediation is gestart, maar is in februari 2025 beëindigd omdat werknemer parallel daaraan een juridische procedure had opgestart, wat in strijd was met de mediationvoorwaarden. Vanaf maart 2025 verergert de situatie. Werknemer blijft het verbeterplan als onrechtmatig aanmerken, terwijl werkgever stelt dat sprake is van een vertrouwensbreuk. Werknemer wordt daarop vrijgesteld van werk en zijn toegang tot de IT-systemen wordt beperkt vanwege de vertrouwelijkheid van bedrijfsgegevens. Werkgever onderzoekt of een passende functie beschikbaar is, maar vindt die niet. Werknemer heeft meldingen gedaan of aangekondigd te doen bij het Huis voor Klokkenluiders en De Nederlandsche Bank over vermeende misstanden binnen de organisatie. Hij verlangt volledige IT-toegang om deze meldingen te kunnen onderbouwen, maar krijgt slechts beperkte toegang. Een oplossing tussen partijen blijft uit.

Oordeel

De kantonrechter stelt vast dat het verbetertraject al geruime tijd liep en dat de verhouding tussen partijen gedurende dit traject steeds verder is verslechterd. De uitwisseling van verwijten, het mislukken van mediation en het verlies van vertrouwen maken dat er sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Herstel van de samenwerking is niet langer mogelijk. Ontbinding op grond van disfunctioneren wordt afgewezen, omdat het verbeterplan nog niet was afgerond en onvoldoende vaststaat dat werknemer definitief ongeschikt is voor zijn functie. Wel wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden op de g-grond wegens de verstoorde arbeidsrelatie. De kantonrechter volgt werknemer niet in zijn betoog dat de werkgever hem benadeelt wegens een (voorgenomen) klokkenluidersmelding. Niet aannemelijk is geworden dat de ontbindingsgrond samenhangt met deze melding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van de transitievergoeding. De verzoeken van werknemer, waaronder het verzoek om een billijke vergoeding en inzage in stukken, worden afgewezen.