Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/ZoBio B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 12 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:21648
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer met toestemming van het UWV wegens bedrijfseconomische redenen rechtsgeldig opgezegd. Aan werknemer komt geen billijke vergoeding toe.

Feiten

Werknemer was in de periode van 1 april 2018 tot 1 mei 2025 in dienst bij ZoBio. In de arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen: “The employee shall tape up employment with the emploer in the position of Head of Crystallography.” Op 14 juni 2021 heeft werknemer zich ziekgemeld. Op 8 juni 2023 heeft het UWV aan ZoBio een loonsanctie opgelegd. Na afloop van de loonsanctie heeft ZoBio werknemer een beëindigingsvoorstel gedaan. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen. Bij bestuursbesluit van 3 oktober 2024 heeft ZoBio de functie van Head of Crystallography boventallig verklaard. Op 8 oktober 2024 heeft ZoBio voor werknemer en voor andere werknemers een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Bij beslissing van 12 maart 2025 heeft het UWV ZoBio toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen op grond van bedrijfseconomische redenen. Het UWV heeft – samengevat – overwogen dat ZoBio aannemelijk heeft gemaakt dat de functie van Head Crystallography door bedrijfseconomische redenen structureel komt te vervallen en dat er geen mogelijkheid is om werknemer binnen een redelijke termijn te herplaatsen in een andere functie. Volgens het UWV is het afspiegelingsbeginsel niet aan de orde omdat de functie van werknemer uniek is. Bij brief van 17 maart 2025 heeft ZoBio de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd tegen 1 mei 2025. In deze procedure verzoekt werknemer ZoBio te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding ex artikel 7:682 lid 1 sub b BW.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. ZoBio heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer niet in strijd met artikel 7:669 lid 3 sub a BW opgezegd, zodat werknemer geen aanspraak maakt op een billijke vergoeding. De kantonrechter overweegt dat ZoBio voldoende inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie en prognose voor de toekomst. ZoBio was daardoor genoodzaakt om kostenbesparende maatregelen te treffen, zo ook in de personeelskosten als grootste kostenpost. Alvorens vervolgens te kunnen beoordelen of de arbeidsplaats van werknemer is komen te vervallen, moet worden vastgesteld welke functie werknemer vervulde. Anders dan ZoBio stelt werknemer zich op het standpunt dat hij de functie van Head of Crystallography nooit heeft vervuld en dat hij feitelijk als Senior Scientist heeft gewerkt. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer zijn stelling, gelet op de gemotiveerde betwisting van ZoBio, onvoldoende (nader) heeft onderbouwd. Als gevolg van de financiële omstandigheden heeft ZoBio op 3 oktober 2024 besloten om binnen drie researchgroepen zes arbeidsplaatsen te laten vervallen, waaronder de functie van Head of Crystallography. Werknemer heeft de boventalligheid van deze functie onvoldoende gemotiveerd weersproken. Het verweer van werknemer dat hij – vanwege zijn langdurige arbeidsongeschiktheid – geen salaris meer ontving waardoor het vervallen van zijn functie niet noodzakelijk was, gaat ook niet op. Dat betekent immers niet dat in de toekomst geen financiële verplichtingen voor ZoBio zouden kunnen ontstaan. In het geval er arbeidsplaatsen komen te vervallen, moet worden vastgesteld of sprake is van een unieke functie of van uitwisselbare functies. Dit onderscheid is van belang omdat bij uitwisselbare functies de ontslagkeuze wordt bepaald aan de hand van het afspiegelingsbeginsel. ZoBio stelt – zoals het UWV ook heeft overwogen – dat de functie van werknemer een unieke functie betrof. Gesteld noch gebleken is dat naast werknemer nog een Head of Crystallography bij ZoBio in dienst is. De kantonrechter is met ZoBio van oordeel dat de functie van Head of Crystallography daadwerkelijk een andere functie, met leidinggevende verantwoordelijkheden, is dan de functie van (Senior) Scientist. Zoals het UWV ook heeft overwogen, maakt het feit dat werknemer (ook) in staat is om de functie van (Senoir) Scientist uit te voeren niet dat deze functie onderling uitwisselbaar is met de functie van Head of Crystallopgraphy. De functie Head Chrystallography kan worden gezien als unieke functie, zodat het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing is. Tot slot dient ZoBio te onderzoeken of herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie mogelijk is. De kantonrechter is van oordeel dat ZoBio voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij heeft gekeken naar vacatures binnen haar onderneming en dat er geen vacatures zijn waarin werknemer binnen een redelijke termijn geplaatst zou kunnen worden.