Naar boven ↑

Rechtspraak

Canect Europe B.V./werknemers
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 oktober 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:5475
Geen sprake van schending post-contractuele bedingen of onrechtmatige concurrentie nu concurrentie- en relatiebeding hun geldigheid hebben verloren na het sluiten van opdrachtovereenkomst en geheimhoudingsverklaring met de onderneming van de betreffende (ex)-werknemers.

Feiten

Canect is een groothandel in lijm en aanverwante producten. X werkt sinds 4 september 2017 bij Canect, maar zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst. Y is daar op 1 september 2023 in dienst gekomen, met een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin een concurrentie- én relatiebeding voor de duur van twaalf maanden zijn opgenomen. Beiden zijn op 31 oktober 2024 uit dienst getreden. Direct daarna hebben zij, via hun eigen vennootschap, met Canect een zogenoemde NDA Werkovereenkomst gesloten. Op basis van die overeenkomst zouden zij hun werkzaamheden voor Canect voortzetten. Het idee was dat het achterblijvende personeel de Nederlandse markt verder zou uitbouwen, terwijl X en Y dit zouden monitoren en ondersteunen. Daarnaast zouden zij als nieuwe taak voor Canect onder de naam van Canect bedrijven buiten Nederland gaan benaderen. In deze NDA stond ook een geheimhoudingsbeding. Op 12 juni 2025 heeft Canect deze NDA echter per direct beëindigd. Op 18 augustus 2025 hebben X en Y een brief gestuurd aan diverse klanten en relaties, onder wie klanten van Canect. In die brief kondigen zij aan dat zij met hun nieuwe onderneming vanaf 1 september 2025 zelf hoogwaardige lijmproducten, service en advies gaan leveren. Volgens Canect hebben zij daarnaast klanten telefonisch benaderd met de mededeling dat Canect faillissement zou gaan aanvragen en dat zij de bedrijfsactiviteiten van Canect zouden overnemen. Canect vindt dat zij hiermee niet alleen hun contractuele verplichtingen schenden, maar ook onrechtmatig handelen, omdat zij Canect in een kwaad daglicht zouden stellen en stelselmatig haar klantenbestand zouden afbreken. Canect vordert onder meer een verbod voor X en Y om klanten en relaties van Canect te benaderen of te bedienen op het gebied van lijm en aanverwante producten, en om een verbod om negatieve, onjuiste of misleidende uitlatingen over Canect te doen. Daarnaast vordert Canect dat Y geen werkzaamheden meer mag verrichten voor de onderneming van X en Y en dat Y een voorschot van € 10.000 betaalt wegens overtreding van het concurrentie- en relatiebeding.

Oordeel

Geldigheid postcontractuele verplichtingen

Ten aanzien van het concurrentie- en relatiebeding heeft voor X te gelden dat hij niet aan zulke bedingen gebonden is, omdat er nooit een schriftelijke arbeidsovereenkomst met die bedingen is gesloten. Voor Y stonden die bedingen wel in zijn arbeidsovereenkomst en Canect heeft op zitting bevestigd dat die overeenkomst – en dus die bedingen – rechtsgeldig waren. Volgens de kantonrechter zijn die bedingen later hun geldigheid kwijtgeraakt. X en Y hebben namelijk, in overleg met de directeur, hun arbeidsovereenkomsten opgezegd om daarna via hun eigen vennootschap op opdrachtbasis voor Canect verder te werken. Direct daarna is er een NDA gesloten met hun vennootschap. Daarmee werd de werkrelatie tussen Canect en Y feitelijk voortgezet, maar in een andere vorm en met deels andere, commerciëlere taken en meer toegang tot vertrouwelijke informatie. Onder deze gewijzigde omstandigheden hadden het concurrentie- en relatiebeding opnieuw beoordeeld en vastgelegd moeten worden. Canect heeft dat niet gedaan: in de NDA staat alleen een geheimhoudingsbeding en niets over het voortbestaan van de eerdere beperkende bedingen. Y mocht er daarom redelijkerwijs van uitgaan dat het concurrentie- en relatiebeding niet meer golden. De rechter oordeelt dan ook dat deze bedingen hun geldigheid hebben verloren. De kantonrechter voegt daaraan toe dat zelfs áls men zou aannemen dat de bedingen nog geldig waren, Canect niet heeft aangetoond dat Y ze heeft overtreden. Het enkele versturen van een algemeen reclamebericht is daarvoor onvoldoende, en de stelling dat hij ook telefonisch klanten heeft benaderd, is niet met concrete gegevens of verklaringen onderbouwd.

Onrechtmatig handelen

Het uitgangspunt is dat een oud-werknemer die niet door een concurrentie- of relatiebeding wordt beperkt, in beginsel vrij is om zijn voormalige werkgever te beconcurreren, ook als dat voor die werkgever nadelig is. Alleen bij bijkomende omstandigheden – bijvoorbeeld als de ex-werknemer stelselmatig en substantieel het klantenbestand van de oude werkgever afbreekt met gebruik van vertrouwelijke kennis – kan sprake zijn van onrechtmatige concurrentie. In dit geval heeft Canect volgens de kantonrechter te weinig concrete feiten gesteld. Zij wijst vooral op het algemene reclamebericht van 18 augustus 2025, maar daaruit blijkt niet dat X en Y structureel het bedrijfsdebiet van Canect afbreken of dat Canect klanten is kwijtgeraakt. De beschuldiging dat zij klanten telefonisch hebben benaderd en Canect in een kwaad daglicht hebben gezet, is niet onderbouwd met bijvoorbeeld verklaringen van die klanten. Omdat die concrete onderbouwing ontbreekt, ziet de kantonrechter geen onrechtmatige concurrentie. De vorderingen van Canect worden dan ook afgewezen.