Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 25 juni 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:7250
Feiten
Acht werknemers zijn in dienst van de Stichting Esdégé-Reigersdaal (hierna: werkgever), een zorginstelling met meerdere locaties in Noord-Holland. Zij zijn werkzaam in functies als cliëntondersteuner en cliëntbegeleider, op locatie X. In artikel 2 van de arbeidsovereenkomsten van werknemers staat: “De stichting behoudt zich het recht voor, indien dringende redenen dit noodzakelijk maken, de werknemer over te plaatsen naar een andere voorziening ressorterend onder de stichting.” Op 6 februari 2024 hebben 20 (van de 29) medewerkers van locatie X, onder wie werknemers, een klacht ingediend bij de Klachtencommissie over de onrust en onveilige werksfeer bij locatie X. De klacht richt zich tegen twee met naam genoemde clustermanagers en tegen de toenmalige voorzitter van de RvB. De Klachtencommissie heeft de RvB schriftelijk geadviseerd de klacht ongegrond te verklaren, maar tegelijk wel snel met externe hulp stappen te ondernemen gericht op het normaliseren van de onderlinge verhoudingen. De RvB heeft op 21 maart 2024 schriftelijk aan werknemers laten weten het advies van de Klachtencommissie over te nemen. Bij de brief van de RvB is een te ondertekenen verklaring gevoegd, waarin staat dat de werknemer onder meer verklaart dat hij/zij loyaal meewerkt aan het ingezette veranderproces binnen de locatie X en besluiten en aanwijzingen van leidinggevenden en gedragsdeskundigen opvolgt. De RvB heeft laten weten externe hulp in te willen schakelen gericht op het normaliseren van de verhoudingen, maar verbindt daaraan wel de voorwaarde dat werknemers voornoemde verklaring ondertekenen. Werknemers hebben dit geweigerd. De RvB heeft daarop op 10 april 2024, met een beroep op artikel 2 van de arbeidsovereenkomst, aan werknemers medegedeeld dat zij per direct worden overgeplaatst naar andere locaties. Tussen partijen is in geschil of werkgever op goede gronden heeft besloten tot overplaatsing van werknemers.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever mocht in redelijkheid van werknemers verlangen de verklaring te ondertekenen. Vast staat immers dat er binnen de locatie X sprake was van ernstige en hardnekkige problemen tussen enerzijds werknemers en anderzijds de leiding, clustermanagers en de RvB. Die problemen speelden al veel langer. Verschillende middelen zijn ingezet om de problemen op te lossen, maar dat is niet gelukt. Onder die omstandigheden kan en mag werkgever van werknemers verlangen een verklaring te ondertekenen waaruit hun commitment blijkt om mee te werken aan het door de Klachtencommissie geadviseerde traject en veranderproces. Werknemers hebben dit echter geweigerd. De kantonrechter is van oordeel dat werkgever dringende en zwaarwegende redenen had om werknemers over te plaatsen, met een beroep op het eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomsten. Het belang van werkgever bij overplaatsing is gezien de ernst van de situatie voldoende zwaarwichtig om daarvoor het belang van werknemers bij behoud van hun standplaats te laten wijken. Uit de stukken blijkt immers dat niet alleen sprake was van problemen in de samenwerking tussen de werknemers en de leidinggevenden, maar ook op het gebied van zorginhoud, professionaliteit, collegiale samenwerking, administratieve organisatie, ziekteverzuim en financiën. Die problemen deden zich al vijf jaar voor. Voor het realiseren van de noodzakelijke verbeteringen bij de locatie X was vereist dat de onderlinge verhoudingen tussen werknemers, de leidinggevenden en de RvB zouden normaliseren. Daarbij past om van werknemers commitment te vragen bij het realiseren van die verbeteringen en daar waar zij dat weigerden, is er geen reële verwachting meer dat verbeteringen te realiseren zijn met de betreffende werknemers. Ook gelet daarop waren er voor werkgever dringende en zwaarwegende redenen om werknemers over te plaatsen. Verder weegt voor de kantonrechter mee dat werknemers na overplaatsing hun werkzaamheden op een andere werkplek en hun salaris hebben behouden en dat werkgever per individuele werknemer heeft gekeken naar een passende alternatieve werkplek. De overplaatsing is dan ook rechtsgeldig. Afwijzing van de vordering van werknemers volgt.
