Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/DHL eCOMMERCE (Netherlands) B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 31 juli 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:13141
Werknemer is wegens drugsgebruik ten onrechte op staande voet ontslagen. Achteraf vals-positieve speekseltest en negatief bloedonderzoek.

Feiten

Werknemer is op 1 februari 2025 in dienst getreden bij DHL eCOMMERCE (Netherlands) B.V. (hierna DHL). DHL heeft hem op 21 maart 2025 op staande voet ontslagen wegens het tijdens zijn werkzaamheden als bezorger onder invloed zijn van drugs (cannabis), hetgeen nadrukkelijk verboden is in de DHL-huisregels. Werknemer is op 18 maart jl. tijdens zijn werkzaamheden als chauffeur door de politie staande gehouden vanwege vermoedelijke overtreding van de verkeersregels (PDA-gebruik tijdens rijden) waarna een speekseltest is afgenomen. Deze wees op drugsgebruik. Werknemer is vervolgens meegenomen naar het bureau voor aanvullend bloedonderzoek. Ook daar kwam uit dat werknemer drugs (cannabis) had gebruikt. De politie meldt op 14 april 2025 dat uit het ziekenhuisrapport is gebleken dat er in het bloed, ten tijde van het bloedonderzoek, geen stoffen zijn aangetroffen die de rijvaardigheid negatief kunnen beïnvloeden of de vastgestelde grenswaarden hebben overschreden zoals gesteld in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer en/of vermeld in artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. Werknemer meldt DHL via zijn gemachtigde dat hij voornemens is in een gerechtelijke procedure aanspraak te maken op de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en de billijke vergoeding, maar dat hij openstaat voor een regeling. DHL biedt de mogelijkheid van terugkeer en trekt het ontslag op staande voet in. Werknemer stelt geen vertrouwen meer te hebben in een vruchtbare samenwerking. Werknemer verzoekt naast de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding een billijke vergoeding van € 33.690 bruto.

Oordeel

DHL erkent de vergoeding voor onregelmatige opzegging te moeten betalen. Ook heeft werknemer recht op de transitievergoeding. Ten aanzien van de billijke vergoeding oordeelt de kantonrechter als volgt. Achteraf gezien heeft DHL werknemer ten onrechte op staande voet ontslagen. Dat erkent zij ook. Dit wil echter niet per definitie zeggen dat het ontslag op staande voet op het moment dat DHL het gaf, aan de hand van wat DHL toen wist en moest weten, ook onterecht was. Werknemer heeft aan DHL meegedeeld dat hij van de politie een rij-ontzegging van 24 uur had gekregen in verband met drugsgebruik. Dit was tijdens zijn werkzaamheden als bezorger voor DHL. Er is kennelijk een misverstand ontstaan over hoe definitief de uitslag van de speeksel- en bloedtest was. DHL was (kennelijk) in de veronderstelling dat het om een definitieve uitslag ging. Dat werknemer heeft gezegd dat dit niet zo was, dat de definitieve uitslag nog moest komen, is niet gebleken. Toen DHL er eenmaal achterkwam dat zij werknemer ten onrechte op staande voet ontslagen had, heeft zij dit ruimhartig proberen goed te maken. Werknemer kon terugkomen, hem werd met terugwerkende kracht zijn loon betaald en hij kreeg een vergoeding voor gemaakte juridische kosten. DHL had werknemer wellicht ook de 24 uur dat hij een rij-ontzegging had, kunnen doorbetalen, maar dat zij dit niet wilde, lijkt niet het springende punt te zijn geweest waarop de besprekingen tussen partijen zijn afgebroken. Naar het oordeel van de kantonrechter valt DHL geen ernstig verwijt te maken; het verzoek om een billijke vergoeding wordt daarom afgewezen.