Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 9 oktober 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:7407
Feiten
Werknemer is op 14 juni 2021 in dienst getreden bij Flexport en vervulde vanaf 14 april 2025 de functie van Senior Associate Ocean Analytics. In maart 2025 kreeg hij te horen dat hij onvoldoende functioneerde en ontving hij een Personal Improvement Plan (PIP). Op 28 mei 2025 werd hem meegedeeld dat hij ‘on track’ was. Op 11 juni 2025 kreeg werknemer te horen dat zijn functie kwam te vervallen en dat er geen andere passende functie beschikbaar was. Hij werd per direct op non‑actief gesteld en de toegang tot alle systemen, waaronder zijn e-mail, werd hem ontzegd. Op 4 juli 2025 ontving (de advocaat van) werknemer een ontslagaanvraag van Flexport bij het UWV. Op 2 september 2025 heeft het UWV besloten geen toestemming te geven voor het ontslag, omdat Flexport niet aan haar herplaatsingsverplichting heeft voldaan. In de beslissing van het UWV is tevens opgenomen dat het voldoende aannemelijk is dat er sprake is van bedrijfseconomische redenen waardoor het noodzakelijk is dat de arbeidsplaats van eiser structureel komt te vervallen. Op 4 september 2025 heeft een overleg plaatsgevonden tussen partijen. Werknemer heeft toen opnieuw verzocht zijn werkzaamheden te mogen hervatten. Flexport heeft te kennen gegeven niet aan deze verzoeken te zullen voldoen. In dit kort geding vordert werknemer onder meer dat Flexport hem in de gelegenheid stelt de functie van Senior Associate Ocean Analytics op de gebruikelijke wijze uit te oefenen. Daarnaast vordert hij volledige en onbeperkte toegang tot het pand van Flexport en alle systemen. Flexport voert aan dat de oude functie van werknemer niet meer bestaat, omdat het team waarvan werknemer deel uitmaakte gedeeltelijk is opgeheven, omdat bepaalde werkzaamheden onnodig bleken en omdat andere werkzaamheden zijn overgebracht naar Amerika. Verder stelt Flexport dat zij, naar aanleiding van de UWV‑beslissing, bezig is met een herplaatsingstraject.
Oordeel
De voorzieningenrechter kan in kort geding niet vaststellen dat de arbeidsplaats van werknemer structureel is komen te vervallen. Hij gaat voorshands uit van de juistheid van de UWV‑beslissing die dat aannemelijk achtte. Dat de arbeidsplaats van werknemer is komen te vervallen, betekent echter niet zonder meer dat hij ook op non-actief moet worden gesteld. Bij de wijze waarop dit is geschied, kunnen de nodige vraagtekens worden gesteld. Van goede redenen om dit met onmiddellijke ingang te doen en hem daarbij meteen ook de toegang tot alle systemen te ontzeggen, is niet gebleken. Toch is de vordering tot terugkeer in de oude functie niet toewijsbaar. Flexport heeft volgehouden dat de oude functie niet meer bestaat en dat het team deels is opgeheven, zodat toewijzing slechts tot executiegeschillen zou leiden. Flexport heeft verder aangevoerd dat zij als gevolg van de beslissing van het UWV op dit moment bezig is met een traject om te komen tot herplaatsing van werknemer. Uit de beslissing van het UWV valt af te leiden dat Flexport hiermee ernstig in gebreke is gebleven. Werknemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij – om te komen tot een succesvolle herplaatsing – toegang moet hebben tot alle systemen die hiermee verband houden (intranet, interne vacaturebank, e-mailaccount, enz.). Gezien de kennelijke nalatigheid van Flexport op het punt van de herplaatsing acht de voorzieningenrechter het redelijk om werknemer die toegang te verlenen. Concreet wordt Flexport onder meer veroordeeld om werknemer binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis volledige en onbeperkte toegang te geven tot die systemen van Flexport die werknemer redelijkerwijs nodig heeft om te komen tot een succesvolle herplaatsing (intranet, interne vacaturebank, e‑mailaccount, enz.).
