Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Nederlandse Loodsencorporatie c.s.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 11 januari 2018
ECLI:NL:RBZWB:2018:2053

X/Nederlandse Loodsencorporatie c.s.

Aspirant-registerloods is niet werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst.

Feiten

De Nederlandse loodsencorporatie is evenals Scheldemonden een publiekrechtelijke beroepsorganisatie. Zij draagt onder meer zorg voor trainingen en opleidingen voor registerloodsen. Die trainingen en opleidingen worden verzorgd door het opleidingsinstituut Stodel. Scheldemonden is een van de vier regionale loodsencorporaties. Nederlands loodswezen BV houdt zich bezig met het verlenen van diensten ten behoeve van het loodsen van zeeschepen. X volgde het regionale gedeelte van de opleiding bij Scheldemonden. Bij brief van 23 augustus 2017 schreef het instellingsbestuur van de Nederlandse loodsencorporatie aan X hem niet geschikt te achten voor het voltooien van de opleiding of het beroep als registerloods en hem af te wijzen zodat zijn inschrijving onmiddellijk wordt beëindigd en zijn bewijs tot deelname aan het eind van de maand wordt ingetrokken. Namens X maakte zijn gemachtigde op 31 augustus 2017 op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar bij het instellingsbestuur van de Nederlandse loodsencorporatie tegen het besluit van 23 augustus 2017. Het bezwaarschrift houdt voorts in dat met dat besluit geen rechtsgeldig einde is gekomen aan de arbeidsrelatie van X met het Loodswezen zodat hij aanspraak maakt op doorbetaling van zijn salaris. Het instellingsbestuur van de Nederlandse loodsencorporatie verklaarde bij besluit van 30 november 2017 het bezwaarschrift tegen zijn besluit van 23 augustus 2017 ongegrond. X verzoekt vernietiging van het door het Loodswezen op 23 augustus 2017 gegeven ontslag op staande voet.

Oordeel

Anders dan X lijkt aan te nemen kan niet zonder meer al volgen uit het arrest van de Hoge Raad van 3 mei 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY8742) dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter waren naar de bedoeling van partijen de activiteiten van X primair gericht op het vergroten van eigen kennis en het opdoen van werkervaring en stond niet het – uiteraard wel bestaande – belang van het Loodswezen voorop om te voorzien in de behoefte aan goed opgeleide beroepsgenoten om te voorzien in de continuïteit van zijn beroepsbeoefening. De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch deel. Het praktische deel omvat de aanwezigheid van de aspirant-registerloods op te beloodsen schepen waarbij hij oefent in het functioneren als loods. Bij de mondelinge behandeling is geconstateerd dat de aspirant dit doet onder toezicht en verantwoordelijkheid van een registerloods die eveneens aanwezig is op het schip. Daardoor vertegenwoordigt deze activiteit van de aspirant voor het Loodswezen geen economische waarde: de aanwezigheid van de aspirant op een schip brengt niet mee dat het Loodswezen geen of minder loodsen inzet dan het geval is zonder diens aanwezigheid. Ook het praktische deel van de opleiding is gericht op het opdoen door de aspirant van praktijkervaring. De aspirant verricht geen praktische arbeid met economische waarde waartegenover een verplichting tot loonbetaling bestaat. Na het succesvol afronden van de opleiding is de aspirant-registerloods niet verplicht zich als registerloods te laten inschrijven in het loodsenregister. Het staat hem dus vrij te kiezen voor een ander beroep. Die keuze verplicht hem niet tot betaling van een boete of enige vergoeding aan het Loodswezen. De succesvolle afronding van de opleiding maakt het de student mogelijk andere nautische functies te vervullen dan die van registerloods. Geconcludeerd wordt dat indien tussen partijen een leerovereenkomst bestond, die niet is aan te merken als een arbeidsovereenkomst. Het verzoek van X wordt afgewezen.