Naar boven ↑

Rechtspraak

Rechtbank Amsterdam, 17 december 2025
Overgang van onderneming. 277 facilitair medewerkers gaan van rechtswege mee over van Sodexo naar CBRE. CBRE dient werknemers toe te laten tot bedongen arbeid en overeengekomen salaris te betalen.

Feiten

Na een Europese aanbesteding is met ingang van 1 mei 2020 door Shell International B.V. (hierna: Shell) aan Sodexo de opdracht gegeven voor het verrichten van alle geïntegreerde facilitaire diensten op de locaties van Shell in Nederland. Deze werkzaamheden bestaan kort gezegd uit schoonmaak, catering en beheer. Tot 1 mei 2020 was CBRE de opdrachtnemer van Shell. Een volgende Nederlandse aanbesteding voor de geïntegreerde facilitaire diensten van Shell is begin 2025 uitgezet en gewonnen door CBRE. Op basis daarvan is CBRE met ingang van 1 januari 2026 weer contractspartij van Shell. Tussen Sodexo en CBRE is in geschil of er sprake is van overgang van onderneming. Sodexo vordert in kort geding veroordeling van CBRE tot nakoming van de verplichtingen die ten opzichte van de betrokken werknemers voortvloeien uit overgang van onderneming en deze werknemers toe te laten tot hun werk en hun salaris te betalen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van overgang van onderneming en overweegt daartoe als volgt. Allereerst is van belang dat er sprake is van een ononderbroken voortzetting van nagenoeg dezelfde ondernemingsactiviteiten. CBRE heeft wel aangevoerd dat niet zij maar twee aan haar gelieerde vennootschappen de catering en schoonmaak gaan doen, maar dat kan haar niet baten. Die twee vennootschappen zijn immers in het kader van de (alleen) door CBRE gewonnen aanbesteding ingeschakeld. Voor de vraag of sprake is van overgang van onderneming moeten deze vennootschappen dan ook als één geheel worden beschouwd, nu sprake is van een duurzaam georganiseerde economische entiteit. Van belang is verder dat in ieder geval 179 werknemers op grond van de toepasselijke cao’s met ingang van 1 januari 2026 in dienst komen van CBRE, althans haar onderaannemers. Volgens Sodexo vallen nog meer werknemers onder deze cao’s, te weten in totaal 209. Hoe dan ook gaat het om het merendeel van de in totaal 277 betrokken werknemers. Dat hierbij sprake is van een gedwongen overgang neemt niet weg dat er sprake is van een overdracht van een economische eenheid, waarbij ook een rol speelt dat het nagestreefde doel van de toepasselijke regels uit de cao hetzelfde is als dat uit de richtlijn. Tot slot is van belang hoe wordt omgegaan met materiële activa. Uit een door Sodexo overgelegde (en door CBRE onvoldoende inhoudelijk betwiste) lijst volgt dat enkele voorraden worden overgenomen door CBRE en dat er voor het overgrote deel sprake is van bedrijfsmiddelen die door Shell of derden aan Sodexo ter beschikking waren gesteld en die CBRE zal blijven gebruiken. Het gaat dan onder meer om keukenuitrusting, keukenmachines, reproapparatuur en stofzuigers. Weliswaar gaat het dus om activa die niet door CBRE zijn overgenomen, maar zij blijft die in navolging van Sodexo wel gebruiken, wat wijst op identiteitsbehoud. Het feit dat CBRE zelf 50 laptops heeft ingekocht en dat zij gebruik zal maken van eigen IT-systemen is onvoldoende om ondanks het voorgaande niet van identiteitsbehoud te spreken. Al met al is er sprake van overgang van onderneming. De kantonrechter veroordeelt CBRE om met ingang van 1 januari 2026 de verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten van 277 werknemers en deze werknemers toe te laten tot de bedongen arbeid en hun het overeengekomen salaris te betalen.