Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/Albert Heijn Akerstraat Noord B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 20 november 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:11718
Ontslag op staande voet wegens “bagatelfeit” houdt geen stand. Albert Heijn heeft – nadat werknemer op staande voet was ontslagen – haar huisregels gewijzigd waarin nu wel duidelijk werd opgenomen dat het zonder toestemming meenemen van demomodellen tot een ontslag op staande voet leidt.

Feiten

Werknemer is in dienst bij Albert Heijn als shiftleader operatie. Werknemer heeft op de avond van 16 juni 2025 de displays van de SMEG-spaaractie opgeruimd. Zijn leidinggevende was die avond ook aanwezig. Zij heeft gezegd dat zij het saladebestek apart wilde houden, omdat zij er iets leuks mee wilde doen voor de personeelsvereniging. Ondanks die mededeling heeft werknemer het saladebestek mee naar huis genomen, zonder daarvoor toestemming aan zijn leidinggevende te vragen. Op 21 juni 2025 is werknemer op staande voet ontslagen. Albert Heijn heeft werknemer op 24 juni 2025 een brief gestuurd waarin zij aangeeft dat werknemer in strijd met de geldende huisregels het saladebestek heeft meegenomen. Albert Heijn beroept zich specifiek op de passages “Fraude en diefstal” en “Cadeautjes”, waarin staat: “Gratis actieproducten (…) mogen niet op eigen initiatief worden weggegeven of zelf worden meegenomen.” Verder heeft Albert Heijn aangevoerd dat het beleid is dat voor het meenemen van bedrijfseigendommen altijd toestemming van de leidinggevende nodig is, en dat dat bij iedereen bekend is, zeker bij werknemer die zelf een leidinggevende functie vervulde. Hierover zou veelvuldig overleg met de leidinggevenden zijn geweest, waaronder met de shift leaders en werknemer. Volgens werknemer is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. In deze procedure verzoekt werknemer om toekenning van een billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging van werknemer zeker niet de schoonheidsprijs verdient. Hij had een duidelijke instructie om het saladebestek apart te houden en heeft die instructie genegeerd. Waar het in deze zaak echter om draait, is of deze gedraging ook een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Naar het oordeel van de kantonrechter kan deze gedraging beschouwd worden als een “bagatelfeit”. Het saladebestek betrof immers een demomodel dat niet voor de verkoop bestemd was. In de rechtspraak wordt over het algemeen aangenomen dat een ontslag op staande voet vanwege een bagatelfeit alleen stand kan houden als de werkgever voldoende onderbouwd stelt dat hij een “zerotelerancebeleid” voert, waarin duidelijk en voor iedere werknemer kenbaar is vastgelegd welke gedragingen niet zijn toegestaan en wat de consequentie is als de werknemer zich daar niet aan houdt. Daarnaast moet de werkgever aantonen dat hij het zerotolerancebeleid strikt  naleeft. Opvallend is dat – nadat werknemer op staande voet was ontslagen – Albert Heijn haar huisregels heeft gewijzigd. Er is een nieuwe passage toegevoegd waarin nu wel duidelijk is opgenomen dat ook voor demomodellen vooraf toestemming van de leidinggevende nodig is en dat bij overtreding ontslag op staande voet volgt. De conclusie is dat er op 16 juni 2025, toen werknemer het saladebestek meenam, geen strikt en in duidelijke taal opgesteld beleid was. Albert Heijn heeft niet aannemelijk gemaakt dat het niet mocht, en ook niet dat werknemer wist dat het niet mocht. Dat het reden kon zijn voor ontslag op staande voet, was al helemaal niet duidelijk. Om die reden kan het ontslag op staande voet in de gegeven omstandigheden geen stand houden. Doordat een dringende reden ontbrak voor het ontslag op staande voet heeft Albert Heijn de arbeidsovereenkomst van werknemer tegen een eerdere datum opgezegd dan tussen partijen geldt. Werknemer heeft recht op een gefixeerde schadevergoeding. Ook wordt het verzoek om Albert Heijn te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding toegewezen. Omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, kan aan werknemer een billijke vergoeding worden toegekend. Alles afwegend is de kantonrechter van oordeel dat werknemer met de reeds toegekende vergoedingen voldoende is gecompenseerd voor de negatieve gevolgen van het ten onrechte gegeven ontslag op staande voet. Hij zal de billijke vergoeding dan ook op nihil stellen.