Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ Guestwise B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 30 oktober 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:13240
Kort geding: geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 7:628 lid 1 BW waarin werkgever verplicht is het loon te voldoen, want er is geen sprake van overeengekomen arbeid die werkneemster niet heeft verricht.

Feiten

Partijen hebben een arbeidsovereenkomst (een oproepovereenkomst/nulurencontract) gesloten voor de duur van één jaar. Overeengekomen is dat werkneemster op afroep werkzaam zal zijn. Werkneemster heeft via Guestwise 30 uur, 23,5 uur respectievelijk 25 uur gewerkt bij Fenix Museum Rotterdam (hierna: Fenix). Op een bijeenkomst voor alle medewerkers van Guestwise op 16 juni 2025 heeft werkneemster aan de orde gesteld dat medewerkers in dienst bij Fenix meer loon verdienen dan medewerkers van Guestwise, en dat dit in strijd is met artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten voor intermediairs (Waadi). Bij brief van 20 juni 2025 heeft Guestwise aan werkneemster meegedeeld dat de diensten waarvoor zij vanaf 24 juni staat ingedeeld worden geannuleerd. Ook heeft Guestwise aan werkneemster meegedeeld dat zij voor de resterende looptijd van haar arbeidsovereenkomst vooralsnog niet meer zal worden opgeroepen voor haar werkzaamheden, op grond van interne overwegingen. Benadrukt is dat het geen beëindiging van de arbeidsovereenkomst betreft. Werkneemster heeft hier bij brief van 24 juni 2025 kritische opmerkingen bij gemaakt. Guestwise heeft een voorstel gedaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat is afgewezen door werkneemster. Werkneemster heeft zich beschikbaar gehouden voor werk en aanspraak gemaakt op betaling van achterstallig loon. Guestwise heeft aan haar medewerkers die bij Fenix werkzaam zijn bericht dat een salarisverschil bestaat met medewerkers van Fenix die hetzelfde werk verrichten, dat dit zal worden hersteld, en dat het verschil in salaris zal worden nabetaald. Op 15 augustus 2025 heeft Guestwise € 161,14 aan werkneemster betaald. Werkneemster vordert wedertewerkstelling en betaling van achterstallig loon.

Oordeel

De vorderingen worden afgewezen. Naar het zich thans laat aanzien vindt het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang als bedoeld in artikel 7:610b BW, waarop werkneemster zich beroept, zijn weerlegging. Het betreft namelijk een oproepovereenkomst als bedoeld in artikel 7:628a BW waarbij de omvang van de arbeid niet is vastgelegd. De periode waarin werkneemster daadwerkelijk werkzaamheden uitgevoerd heeft totdat zij niet meer opgeroepen werd, heeft nog geen drie maanden geduurd, zodat deze periode weinig representatief is. Er is ook sprake geweest van wisselende urenomvang. Guestwise heeft bovendien aangevoerd dat Fenix inmiddels eigen werknemers in dienst heeft en er bestaat derhalve twijfel of werkneemster opgeroepen zou zijn om werkzaamheden uit te voeren bij Fenix (of een andere opdrachtgever van Guestwise), in dezelfde urenomvang als tot haar laatste werkdag op 20 juni 2025, als de verstandhouding tussen partijen niet verstoord zou zijn geraakt. Anders dan werkneemster stelt, doet zich dus ook niet de situatie voor als bedoeld in artikel 7:628 lid 1 BW waarin werkgever verplicht is het loon te voldoen, want er is geen sprake van overeengekomen arbeid die werkneemster niet heeft verricht.