Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Verloskundige Praktijk IJsselmonde
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 februari 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:1301

werkneemster/Verloskundige Praktijk IJsselmonde

Werkgever verricht onvolledig feitenonderzoek naar BIG-registratie verloskundige. Ontslag op staande voet nadat werkneemster niet bleek ingeschreven te staan in het register, is niet rechtsgeldig.

Werkneemster is sinds 2006 in dienst van de Verloskundigenpraktijk als verloskundige. Op 11 november 2013 is werkneemster op staande voet ontslagen, omdat gebleken is dat zij niet staat ingeschreven in het register op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register). Werkneemster beroept zich op de nietigheid van het ontslag. Zij stelt dat zij meende en mocht menen dat zij sinds 2006 op de juiste wijze was geregistreerd bij het BIG-register. Dat het BIG haar registratie mogelijk niet goed verwerkt heeft, valt haar niet aan te rekenen.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Op grond van de door partijen overgelegde stukken kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat werkneemster tot 15 november 2013 nimmer geregistreerd heeft gestaan als verloskundige in het BIG-register. De Verloskundigenpraktijk heeft zich op het moment van het ontslag gebaseerd op een onvolledig feitenonderzoek. Niet aannemelijk is geworden dat een eventueel ontbrekende registratie in het BIG-register op zichzelf een objectief dringende reden voor ontslag oplevert, nu niet betwist is dat werkneemster over de vereiste kwalificaties beschikt en de registratie na 6 november 2013 alsnog zeer snel is voltooid. Ten overvloede wordt overwogen dat ook van een subjectieve dringende reden geen sprake is. Ook als vast komt te staan dat werkneemster tot 15 november 2013 niet geregistreerd was in het BIG-register, is daarmee nog niet vastgesteld dat haar daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Tot slot is van belang dat werkneemster sinds september 2013 wegens arbeidsongeschiktheid geen werkzaamheden als verloskundige heeft verricht. Nu evenmin aannemelijk was dat zij snel haar werkzaamheden zou kunnen hervatten, liep de Verloskundigenpraktijk geen risico op het te werk stellen van een verloskundige die niet bevoegd was om voorbehouden handelingen te verrichten. Gelet daarop was er geen noodzaak om werkneemster reeds op 11 november 2013 te ontslaan, en haar aldus geen tijd (werkneemster was immers op 6 november 2013 ziek en is op 7 november 2013 in het ziekenhuis opgenomen) te gunnen om de ontstane situatie te onderzoeken en haar maatregelen te treffen. Volgt toewijzing van de loonvordering.