Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer en WIJ Eigentijdse Registeraccountants/DRV
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 januari 2011
ECLI:NL:RBBRE:2011:BP0794

werknemer en WIJ Eigentijdse Registeraccountants/DRV

Geen sprake van onbillijke benadeling ex-werknemer door relatiebeding. Boetes gematigd op grond van de billijkheid

Werknemer is reeds sinds 1977 werkzaam in de accountancy voor verschillende werkgevers, die deels rechtsopvolgers van elkaar zijn. Sinds 1 januari 2007 is werknemer in dienst van DRV. Op deze arbeidsovereenkomst is een relatiebeding van toepassing. Op 1 maart 2010 is werknemer in dienst getreden van WIJ, een kantoor van een van de maten van de rechtsvoorganger van DRV. In de onderhavige procedure vordert werknemer een verklaring voor recht dat DRV geen rechten aan het beding kan ontlenen en voorts de verbeurde boetes (€ 124.906) te matigen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Door middel van een relatiebeding kan worden voorkomen dat relaties die een werknemer zich tijdens het dienstverband verwerft, bij het vertrek van de werknemer 'meegaan'. Het feit dat werknemer zelf de relaties heeft ingebracht en ze niet tijdens het dienstverband heeft verworven, brengt echter niet noodzakelijkerwijs met zich dat het relatiebeding om die reden buiten beschouwing moet blijven. Immers, beide partijen hebben zich dit bij het aangaan van het relatiebeding gerealiseerd en zijn met die wetenschap het relatiebeding aangegaan. Wanneer werknemer een uitzondering had willen maken voor de relaties waarmee hij al een (lange) band had, had hij dat bij het aangaan van het relatiebeding met DRV overeen moeten komen. Werknemer heeft gekozen voor indiensttreding bij WIJ omdat hij dichter bij huis kon gaan werken, zijn positie kon verbeteren en zicht heeft op deelneming in de onderneming. Tegenover dit belang staat het belang van DRV tot behoud van klanten met de bijbehorende jaaromzet. Nu werknemer bij DRV op een reisafstand van (slechts) een half uur van zijn woning werkte, niet bij DRV behoefde te vertrekken maar daar zelf voor heeft gekozen en zijn positie bij DRV niet fundamenteel minder was dan die bij WIJ, is de kantonrechter van oordeel dat een afweging van belangen er niet toe leidt dat het relatiebeding buiten toepassing moet blijven.

Terecht heeft DRV zich erop beroepen dat matiging van de boete uit hoofde van het relatiebeding alleen aan de orde is, wanneer de billijkheid dat eist. Daarbij spelen de omstandigheden van het geval een rol. In aanmerking nemende de omstandigheden dat werknemer zelf de betreffende relaties heeft ingebracht bij DRV en dat hij slechts twee jaar bij DRV werkzaam is geweest, acht de kantonrechter een matiging van de boete tot € 64.000 (in plaats van € 124.906) gerechtvaardigd.