Rechtspraak
Werknemer is van 1 oktober 2005 tot 1 mei 2007 in dienst geweest van werkgever in de functie van financieel adviseur particulieren. Werknemer heeft, nadat hij werd verdacht van hypotheekfraude, zelf ontslag genomen. Na beëindiging van het dienstverband bij werkgever is werknemer bij SNS Reaal Verzekeringen N.V. in dienst getreden. Werkgever is deelnemer aan het interbancaire incidentenwaarschuwingssysteem EVR/EVA. Zij houdt een incidentenregister, waaraan gekoppeld is een intern verwijzingsregister (IVR) en een extern verwijzingsregister (EVR), toegankelijk gemaakt voor deelnemende banken door een externe verwijzingsapplicatie (EVA) (hierna: de registers). In het bijbehorende Protocol staat opgenomen dat het EVR onder andere gegevens worden opgenomen van personen ten aanzien waarvan een redelijk vermoeden van opzettelijke benadeling van de deelnemer (werkgever) bestaat. Het Protocol voorziet voorts in een aantal formele criteria waaraan moet zijn voldaan voor opname van gegeven en mededeling aan betrokkenen. Werkgever heeft op 11 juni 2007 persoonsgegevens betreffende werknemer opgenomen in de registers (hierna: de registratie). Naar aanleiding van de registratie door werkgever op 11 juni 2007 van werknemer in het interbancaire incidentenwaarschuwingssysteem, heeft SNS Reaal werknemer tijdens de proeftijd ontslagen, wegens twijfels aan dienst integriteit. Werknemer vordert verwijdering van zijn gegeven uit het IVR en EVR, kopieën van de in dit systeem opgenomen gegevens en een afschrift van deelnemers die reeds kennis hebben genomen van zijn persoonsgegevens. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Zoals het hof al eerder heeft overwogen, bij beschikking van 18 januari 2007, R06/1324, LJN:BA5933, is het Protocol te beschouwen als een regeling die voldoende waarborgen biedt voor een verwerking van persoonsgegevens zoals de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) die voorschrijft. Het College bescherming persoonsgegevens heeft immers bij een brief van 31 juli 2002 een verklaring omtrent rechtmatigheid van het Protocol afgegeven waarin staat dat de naleving van de werkwijze aangaande het EVR en EVA zoals omschreven in het Protocol in beginsel voldoende waarborgen biedt voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, mits de werkwijze zoals omschreven in het Protocol wordt geconcretiseerd in werkprocessen en in de organisatie wordt geïmplementeerd. Werkgever heeft rechtmatig de persoonsgegevens betreffende werknemer en de omschreven feiten en omstandigheden in het incidentenregister en de daarbij horende verwijzingsregisters opgenomen. De gegevens zijn niet onjuist, de verwerking van de gegevens valt binnen het welbepaald uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doel van de registers, zij - ook in licht van de consequentie dat werknemer niet langer in de financiële dienstverlening werkzaam kan zijn - is proportioneel, terwijl niet gebleken is dat de verwerking anderszins niet rechtmatig is.
Volgt afwijzing vordering werknemer.
