Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 13 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6623
Feiten
Alvaro Security Solutions B.V. (hierna: ‘Alvaro’) valt onder de werkingssfeer van de cao Particuliere Beveiliging (hierna; ‘cao PB’). De cao PB is algemeen verbindend verklaard over de periode 23 oktober 2021 tot en met 30 juni 2023. De daarop volgende cao is algemeen verbindend verklaard over de periode 20 januari 2024 tot en met 24 maart 2024. Alvaro heeft die cao niet volledig nageleefd. De Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (hierna: ‘SFPB’) houdt zich onder meer bezig met controle op de naleving van de cao PB. De taken van en verplichtingen van werkgevers tegenover SFPB zijn neergelegd in een afzonderlijke cao (hierna: ‘cao SFPB’). Alvro valt onder het toepassingsbereik van de cao SFPB. De cao SFPB is algemeen verbindend verklaard van 28 oktober 2021 tot en met 30 juni 2026. Als bijlage 3 bij de cao SFPB is opgenomen een controlereglement waarin onder meer een forfaitaire schadevergoeding is opgenomen. SFPB heeft Alvaro opgedragen de cao PB alsnog met terugwerkende kracht na te leven en bewijsstukken aan SFPB toe te sturen dat zij daaraan heeft voldaan. Dat heeft Alvaro niet gedaan. SFPB heeft vervolgens aan Alvaro een forfaitaire schadevergoeding (‘boete’) opgelegd. In geschil is of die ‘boete’ terecht is opgelegd en of ook de bestuurders van Alvaro hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van die ‘boete’. De kantonrechter heeft de vordering van SFPB tot veroordeling van Alvaro tot betaling van de ‘boete’ toegewezen.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. SFPB heeft in haar brief van 20 september 2023 aangegeven op welke onderdelen Alvaro de cao’s niet had nageleefd en Alvaro op 20 november 2023 in gebreke gesteld, waarbij nog een termijn van twee weken is geleverd om alsnog de bewijsstukken over te leggen. Alvaro heeft de gevraagde bewijsstukken niet aangeleverd. Daarmee is Alvaro op grond van artikel 7 lid 2 controlereglement in beginsel de forfaitaire schadevergoeding verschuldigd. SFPB kan naast de forfaitaire schadevergoeding ook aanspraak maken op het alsnog nakomen van de verplichting. De forfaitaire schadevergoeding komt niet in de plaats van de verplichting tot nakoming. De grief die zich keert tegen de toewijzing van die vordering tot nakoming slaagt niet. Alvaro dient alsnog na te komen en haar bestuurders dienen zich daartoe in te spannen. Het hof is van oordeel dat de forfaitaire schadevergoeding van artikel 7 lid 2 controlereglement gelijkgesteld moet worden aan een boete in de zin van artikel 6:91 BW, dat die boete voor matiging in aanmerking kan komen als toepassing daarvan in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat zou leiden en dat daarbij onder meer dezelfde factoren die genoemd zijn in bij de bepaling van de schadevergoeding/boete van artikel 7 lid 3 controlereglement een rol spelen. Het hof neemt in aanmerking dat in het controlerapport als voorbeeld twee werknemers worden genoemd van wie het uurloon te laag is (in het ene geval ongeveer 10% te laag, in het andere geval 2 cent te laag), dat ook een groot aantal andere, verder niet gekwantificeerde tekortkomingen zijn geconstateerd die leiden tot het oordeel ‘onvoldoende’ terwijl Alvaro ook na het vonnis geen kenbare moeite heeft gedaan om alsnog tot uitbetaling van de achterstallige looncomponenten over te gaan. Daarnaast moet worden vastgesteld dat Alvaro geen (actuele) financiële gegevens over heeft gelegd waarop de conclusie kan worden gebaseerd dat een substantiële schadevergoeding in haar geval tot een buitensporig en daarom een onaanvaardbaar resultaat zou leiden. Verder betrekt het hof in zijn oordeel dat SFPB heeft niet aangegeven welke kosten zij in deze procedure heeft moeten maken en evenmin enige indicatie heeft gegeven van de reputatieschade van de cao-partijen. Het hof ziet, alles afwegende, aanleiding om met toepassing van artikel 6:109 BW de forfaitaire schadevergoeding te matigen tot 10% van de door het SFPB berekende jaarloonsom, derhalve op € 60.911.
