Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkgever/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 7 september 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3966
Onterecht ontslag op staande voet van zieke statutair bestuurder. Geen overtreding volmacht. Curatoren veroordeeld tot betaling van transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding.

Feiten

Werknemer is sinds 1 januari 2023 in dienst bij werkgever in de functie van statutair directeur. Hij verdiende laatstelijk € 13.353,44 bruto per maand, exclusief vakantiegeld. Hij heeft als statutair directeur een volmacht tot € 50.000. Het bedrijf kampte al langere tijd met financiële problemen. Werknemer had hierover zijn zorgen geuit. Hij heeft in 2024 € 53.250 aan privégeld in de onderneming geïnvesteerd en in 2024 en 2025 een betalingsonmacht aangevraagd. In september 2025 ontstond een conflict tussen werknemer en de aandeelhouder over de toekomst van de onderneming en de voortzetting van het dienstverband. Aanvankelijk stuurde de onderneming een e-mail waarin het ontslag van werknemer werd geaccepteerd. Werknemer gaf vervolgens aan dat hij zelf geen ontslag nam en meldde zich ziek. Daarna werd hij geschorst. Werkgever verweet werknemer onder meer dat hij zonder voorafgaande toestemming van de aandeelhouder vier leasecontracten voor voertuigen had afgesloten met een totale waarde van € 176.968. Daarbij had hij gebruikgemaakt van een andere leasemaatschappij dan de maatschappij waarmee de onderneming gewoonlijk zaken deed, terwijl de onderneming er financieel slecht voor stond. Op 17 oktober 2025 werd werknemer ontslagen als statutair directeur. Dit ontslag werd op 20 oktober 2025 bevestigd als ontslag op staande voet. Nadat het bedrijf failliet was verklaard, verzocht werknemer onder meer om een verklaring dat het ontslag onterecht was en om een transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding. De curatoren eisten op hun beurt een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, omdat er geen dringende reden bestond. De vier leasecontracten moesten afzonderlijk worden beoordeeld. Elk contract bleef onder de grens waarvoor voorafgaande toestemming van de aandeelhoudersvergadering nodig was. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de leasecontracten in strijd waren met financieringsafspraken of dat het aangaan ervan onbehoorlijk bestuur opleverde. De auto’s waren nodig voor het werk en de werknemers hadden op grond van hun arbeidsovereenkomst recht op een leaseauto. Werknemer mocht het ontslag echter niet alsnog laten vernietigen. In zijn eerste verzoek had hij uitdrukkelijk berust in het ontslag. Pas nadat het bedrijf failliet was gegaan, wilde hij dit veranderen. De rechtbank vond dat deze wijziging onder de omstandigheden niet kon worden toegestaan. Wel werd voor recht verklaard dat werknemer ten onrechte op staande voet was ontslagen. De rechtbank kende werknemer een transitievergoeding van € 14.021,12 bruto, een gefixeerde schadevergoeding van € 21.151,86 en een billijke vergoeding toe. De rechter oordeelt dat werkgever vanaf 10 september 2025 heeft aangestuurd op beëindiging van het dienstverband en na de weigering van werknemer naar een reden voor ontslag heeft gezocht. Werkgever heeft daarbij onvoldoende rekening gehouden met de ziekmelding van werknemer, diens verweer over de leasecontracten en zijn recht om tijdens de aandeelhoudersvergadering zijn raadgevende stem uit te oefenen. Dit handelen kwalificeert als ernstig verwijtbaar, omdat werknemer tijdens ziekte werd ontslagen, er geen dringende reden voor ontslag op staande voet bestond en werkgever onvoldoende rekening hield met zijn verweer en hem onvoldoende gelegenheid gaf zijn standpunt toe te lichten. Bij het bepalen van de billijke vergoeding wordt rekening gehouden met het verwachte inkomensverlies van werknemer en het feit dat werkgever bewust naar een ontslagreden heeft gezocht, terwijl een dringende reden ontbrak. Er wordt daarom een billijke vergoeding van € 90.000 bruto toegekend. Daarnaast moet de eindafrekening worden voldaan en worden de curatoren veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. De vordering van de curatoren om werknemer een vergoeding wegens onregelmatige opzegging te laten betalen, wordt afgewezen. De curatoren worden veroordeeld in de proceskosten.