Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 1 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:13069
Feiten
Werknemer is ongeveer 35 jaar in dienst geweest bij Zwapex en aan haar verbonden vennootschappen. In de arbeidsovereenkomst was een postcontractueel beding opgenomen dat werknemer gedurende één jaar na beëindiging van het dienstverband verbood om binnen een straal van 200 kilometer rond Rotterdam een gelijksoortige of aanverwante zaak te vestigen of te drijven, dan wel daarbij een financieel belang te hebben. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd per 30 april 2026 en is op 1 mei 2026 in dienst getreden bij HKB. HKB verricht dezelfde activiteiten als Zwapex en is opgericht door de zoon van een voormalig grootaandeelhouder van Zwapex. Zwapex heeft werknemer gesommeerd het beding na te leven en het dienstverband met HKB te beëindigen. Ook HKB is aangemaand het dienstverband te beëindigen. Werknemer en HKB hebben hieraan geen gevolg gegeven. Zwapex vordert nakoming van het postcontractuele beding, betaling van de verbeurde contractuele boetes en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij dat HKB wordt bevolen de arbeidsovereenkomst met werknemer te beëindigen, omdat HKB volgens Zwapex misbruik maakt van de wanprestatie van werknemer. Werknemer en HKB verweren zich en hebben een voorwaardelijke tegeneis ingesteld.
Oordeel
De kantonrechter wijst de vorderingen van Zwapex af. Volgens de kantonrechter verbiedt het beding werknemer niet om bij een concurrent in dienst te treden. Het verbod om een gelijksoortige zaak te vestigen of te drijven, dan wel daarbij een financieel belang te hebben, is iets anders dan een verbod op indiensttreding bij een concurrent. Werknemer hoefde het beding redelijkerwijs niet zo op te vatten. Daarbij weegt mee dat Zwapex eerder zou hebben aangegeven dat het beding werknemer niet zou worden tegengeworpen als hij bij andere concurrenten in dienst zou treden. Omdat er geen sprake is van wanprestatie door werknemer, maakt HKB daarvan evenmin misbruik. Ook is niet gebleken dat HKB anderszins onrechtmatig handelt. De voorwaardelijke tegeneis hoeft daarom niet te worden beoordeeld. Zwapex wordt veroordeeld in de proceskosten.
