Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Soldij Payrolling B.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 15 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5713
Partijen zijn verdeeld over de vraag of de tussen hen gesloten overeenkomst aangemerkt dient te worden als een uitzendovereenkomst of als een payrollovereenkomst. Klachtplicht.

Feiten

Eiser is per 15 november 2021 in dienst getreden bij Soldij Payrolling B.V. (hierna: Soldij)  in de functie van chauffeur voor de duur van 26 weken. In de arbeidsovereenkomst staat vermeld dat Soldij hem ter beschikking zal stellen aan een of meer inleners en dat de overeenkomst die aldus tot stand komt, wordt verricht conform het bepaalde in artikel 7:290 BW. Verder is bepaald dat de NBBU-cao van toepassing is. De arbeidsovereenkomst is vervolgens vijfmaal verlengd. Hij werkte feitelijk steeds voor dezelfde opdrachtgever. Op 8 januari 2024 is eiser uitgevallen voor zijn werk als chauffeur en met ingang van 5 januari 2026 is aan hem een WIA-uitkering toegekend. In de eindevaluatie van 15 september 2025 is vermeld dat eiser vijf jaar niet beroepsmatig mag chauffeuren. Hij dient begeleid te worden naar ander werk waarbij hij niet beroepsmatig hoeft te chauffeuren. Soldij heeft vanaf 12 mei 2024 de loonbetaling tijdens ziekte voortgezet tot het bereiken van het einde van de wachttijd van 104 weken. Eiser stelt dat sprake is van een payrollovereenkomst en niet van een uitzendovereenkomst. Daarom meent hij recht te hebben op toepassing van de Cao Beroepsgoederenvervoer (BGV), hogere loonbetalingen en een andere pensioenregeling. Eiser vordert achterstallig loon en uitbetaling van openstaande verlofuren. Soldij voert verweer. Soldij voert onder meer aan dat artikel 16 BGV-cao niet van toepassing is gelet op het bepaalde in artikel 9 BGV-cao en voorzover wel van toepassing, eiser niet voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden om in het tweede ziektejaar 100% van het loon door te betalen. Tevens stelt Soldij dat eiser ten aanzien van alle vorderingen niet heeft voldaan aan zijn klachtplicht ex artikel 6:89 BW.

Oordeel

Klachtplicht

Het verweer met betrekking tot de klachtplicht wordt gepasseerd. De kantonrechter is niet alleen van oordeel dat dit verweer eerst tijdens de mondelinge behandeling wordt gevoerd en derhalve tardief is, ook inhoudelijk kan dit verweer niet slagen. Soldij stelt dan wel dat eiser wist dan wel redelijkerwijs had kunnen weten dat hij te laag was ingeschaald nu dat in de BGV-cao vermeld staat, maar hoe eiser had kunnen weten dat de beloning conform die cao had dienen te geschieden, stelt Soldij niet.

Uitzendovereenkomst of payrollovereenkomst

De kantonrechter stelt op basis van de standpunten van partijen vast dat de (schriftelijke) overeenkomst tussen Soldij en eiser in ieder geval kwalificeert als een uitzendovereenkomst. De vraag is of de uitzendovereenkomst tussen partijen ook – specifieker – kwalificeert als een payrollovereenkomst. De onderscheidende elementen tussen een uitzendovereenkomst en een payrollovereenkomst zijn de allocatiefunctie die Soldij al dan niet heeft vervuld ten aanzien van de totstandkoming van de werkverhouding tussen eiser en inlener en de beantwoording van de vraag of tussen Soldij en de inlener is afgesproken dat eiser door Soldij niet zonder toestemming van inlener aan een andere partij dan inlener ter beschikking kan worden gesteld. Tijdens de mondelinge behandeling is van de zijde van Soldij verklaard dat er een op schrift gestelde overeenkomst van opdracht tussen Soldij en inlener is. De kantonrechter beveelt daarom Soldij om deze overeenkomst van opdracht in het geding te brengen. Een beslissing op dit punt wordt aangehouden. De verklaringen voor recht, zoals eiser heeft gevorderd, hangt nauw samen met de discussie payrollovereenkomst óf uitzendovereenkomst. Ook op dit punt kan de kantonrechter daarom op dit moment nog geen beslissing nemen. Partijen kunnen zich bij akte uitlaten over welke arbeidsvoorwaarden (uitgezonderd pensioen) van kracht waren voor het personeel van inlener vanaf 15 november 2021 tot heden. Ook voor de beantwoording van de vraag waar eiser recht op heeft ten aanzien van pensioen, is er een nauwe samenhang met de discussie payrollovereenkomst óf uitzendovereenkomst. De vordering met betrekking tot betaling van achterstallig loon wordt toegewezen omdat daarover tussen partijen geen discussie meer bestaat. De vordering met betrekking tot aanvulling van het loon tijdens ziekte wordt afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden daarvan, onder meer omdat hij geen vereiste aanvullende zorgverzekering had afgesloten. Partijen zijn het eens over uitbetaling van 312,86 verlofuren.