Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 29 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9395
Feiten
Werknemer is sinds 15 augustus 2004 in dienst van werkgever. Werkgever heeft een reorganisatie doorgevoerd per september 2025. Daarbij is werknemer boventallig verklaard. Op 22 augustus 2025 heeft werkgever bij het UWV een aanvraag ingediend om de arbeidsovereenkomst met werknemer te beëindigen op grond van bedrijfseconomische redenen. Het UWV heeft de aanvraag bij besluit van 24 februari 2026 afgewezen. In deze procedure verzoekt werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat werkgever is gevestigd in Nederland en werknemer in België woont, is sprake van een internationale kwestie. De vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in deze internationale kwestie, dient te worden beantwoord aan de hand van de herschikte verordening (EU) Nr. 1215/2012 (Brussel I bis). Op grond van artikel 22 lid 1 Brussel I bis kan een verzoek van de werkgever slechts worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer woonplaats heeft. In dit geval zijn dat de gerechten van de lidstaat België. Partijen kunnen (onder voorwaarden) indien zij dat overeenkomen, van de voorgaande regel afwijken op grond van artikel 23 Brussel I bis. Partijen zijn dat niet overeengekomen. De Nederlandse rechter is dus niet bevoegd van het verzoek kennis te nemen. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren. Werknemer maakt aanspraak op toekenning van zijn werkelijke proceskosten vanwege misbruik van procesrecht door werkgever. De kantonrechter overweegt dat het evident was dat niet de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de regel in artikel 22 lid 1 Brussel I bis en de omstandigheid dat werknemer in België woont. Dat erkende werkgever al in zijn verzoekschrift. Werkgever is bij de Nederlandse rechter een procedure gestart, enkel op basis van een eigen inschatting dat werknemer wel zou meewerken aan die procedure. Die inschatting was niet juist. Werkgever is een kansloze procedure gestart. Hij heeft werknemer genoodzaakt verweer te voeren in een kansloze procedure en daarvoor kosten te maken. Dat levert misbruik van procesrecht op. Vanwege misbruik van procesrecht zal de kantonrechter werkgever veroordelen tot betaling van de werkelijke proceskosten van werknemer.
