Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 21 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3713
Betalingsonmacht ontslaat werkgeefster niet van de verplichting om het salaris te betalen. Loonvordering in kort geding toegewezen.

Feiten

Werkneemster is op 1 september 2025 in dienst getreden bij Love in a Box Group B.V. (hierna: werkgeefster) op basis van een jaarcontract, in de functie van Marketing & Business Development-medewerkster. Haar salaris bedraagt € 2.340 bruto per maand, exclusief 8 procent vakantietoeslag en overige emolumenten. Vanaf januari 2026 heeft werkgeefster geen salaris meer betaald. Per brief van 1 juli 2026 heeft werkneemster verzocht om het achterstallige salaris aan haar te betalen. Aan dit verzoek heeft werkgeefster niet voldaan. Werkneemster is op 1 augustus 2026 elders in dienst getreden. Zij vordert een bedrag van € 15.586,98 netto aan achterstallig salaris. Werkgeefster erkent loon verschuldigd te zijn, maar er is sprake van aanhoudende financiële problemen en liquiditeitsdruk. Werkgeefster heeft een betalingsregeling voorgesteld.

Oordeel

De kantonrechter stelt vast dat de werkneemster een spoedeisend belang heeft omdat zij geld heeft moeten lenen voor haar levensonderhoud. De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen. Dat is aan partijen. De kantonrechter wijst de loonvordering toe. Eventuele betalingsonmacht ontslaat werkgeefster niet van de verplichting om het salaris te betalen.