Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 16 juli 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:5772
Vordering tot vergoeding ingehouden loon eindafrekening in verband met afkoopsom leaseauto die niet bij leasebedrijf is ingeleverd maar is verstrekt aan andere werknemer, toegewezen.

Feiten

Werknemer is per 1 september 2020 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van calculator/kostendeskundige. Tussen partijen is een berijdersovereenkomst gesloten voor de lease van een leaseauto. De arbeidsovereenkomst is na opzegging door werknemer per 1 mei 2025 geëindigd. De leaseauto is niet overgenomen door de nieuwe werkgever van werknemer. Werkgever heeft bij de eindafrekening een bedrag van ca. € 4.000 ingehouden vanwege de voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst. Werknemer voert aan dat de leaseauto na zijn vertrek niet is ingeleverd bij de leasemaatschappij maar aan een andere werknemer ter beschikking is gesteld. Werkgever voert aan dat hij zijn schade heeft proberen te beperken door de leaseauto niet in te laten nemen door de leasemaatschappij maar deze opnieuw in te zetten binnen zijn bedrijf. De kosten voor werkgever zouden bij inlevering van de auto namelijk vele malen hoger zijn dan bij het ter beschikking stellen van de leaseauto aan een andere werknemer. Desondanks is werknemer de in artikel 17 opgenomen vergoeding verschuldigd volgens werkgever. De vergoeding wordt forfaitair berekend als een percentage van de fiscale kosten en nergens staat dat er een inleververplichting geldt. De vergoeding is dus verschuldigd ongeacht of werkgever ervoor kiest om de leaseauto in te leveren bij de leasemaatschappij of niet. Werknemer vordert, samengevat, veroordeling van werkgever tot betaling van het ingehouden bedrag.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever heeft niet weersproken dat bij het sluiten van de berijdersovereenkomst tussen partijen niet is gesproken en/of onderhandeld over artikel 17. Dit staat dus vast en brengt met zich mee dat de nadruk ligt op de grammaticale uitleg van het beding. Naar het oordeel van de kantonrechter is de tekst van artikel 17 op onderdelen onduidelijk en voor meerdere lezingen vatbaar. Allereerst wordt in artikel 17 over diverse soorten kosten gesproken: afkoopbedrag, innamekosten en overnamekosten. Deze begrippen worden niet nader gedefinieerd en de onderlinge verhouding tussen die begrippen wordt in de berijdersovereenkomst niet uitgewerkt. Dat leidt tot onduidelijkheid over wanneer artikel 17 van toepassing is. Uit de zin 'dat er een afkoopbedrag bepaald zal worden voor inname van de leaseauto' had werknemer naar het oordeel van de kantonrechter niet hoeven te begrijpen dat dit afkoopbedrag ook verschuldigd is als er geen sprake is van inname van de leaseauto door de leasemaatschappij. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat de berijdersovereenkomst is opgesteld door werkgever en door werkgever aan werknemer is aangeboden. Werkgever had het in zijn macht om precies te verwoorden wat hij ten aanzien van een kostenvergoeding bij voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst met werknemer wilde afspreken. Als werkgever had willen afspreken dat werknemer, ongeacht of de leaseauto wordt ingeleverd bij de leasemaatschappij, kosten verschuldigd zou zijn bij het voortijdig eindigen van het leasecontract, dan had het op de weg van werkgever gelegen om dat ondubbelzinnig in de berijdersovereenkomst op te nemen. Dat heeft werkgever niet gedaan en de onduidelijkheid die daarvan het gevolg is, valt in beginsel binnen zijn risicosfeer. Werkgever heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die, met toepassing van de Haviltex-norm, ervoor zorgen dat werknemer had moeten begrijpen dat ook andere kosten dan innamekosten voor zijn rekening zouden komen, berekend op basis van de in artikel 17 opgenomen formule. De kantonrechter wil aannemen dat er ook aan de her-inzet van de leaseauto binnen het bedrijf kosten zijn verbonden, bijvoorbeeld doordat de auto in een hogere prijsklasse valt dan waarop de werknemer die de beschikking over de auto heeft gekregen, recht heeft en/of doordat werkgever de betreffende werknemer een compensatie biedt voor een hogere bijtelling. Dit zijn echter gevolgen van keuzes die werkgever heeft gemaakt. Nu ten onrechte een bedrag van ca. € 4.000 is ingehouden, wordt dit gevorderde bedrag vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente toegewezen. De vordering tot afgifte van een bruto-nettospecificatie wordt toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke proceskosten worden toegewezen. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.